Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Via Nova > Boek 1 (Oude Druk)

Tekst 10.2

Flavus zit in de werkplaats. Het is reeds het tweede uur. In het eerste uur had flavus veel cliŽnten ontvangen. Zojuist heeft een blije oude man de werkkamer verlaten. Flavus had de oude man geld gegeven en had gezegd: kijk, koop een nieuwe toga. Ga naar de Poponius. Pomponius is een klant van mij. Claudius groette flavus als laatste. Bedroeft komt hij de werkkamer binnen. Flavus draait zich naar claudius en vraagt: wat is er, mijn claudius? Waarom ben jij bedroefd? Wat is er gebeurd? Zeg het aan mij! Een groot gevaar bedreigt mij, heer. Gisteren heeft de buurman geprobeerd mijn winkel te beroven. De man is sterk. Ook ik ben sterk en ik heb me dapper verzet en met moeite overwon ik van hem. Nu beschuldigt hij mij echt van geweld. De misdadige man! Ik kan niet pleiten voor de rechtbank. Dus vraag ik jouwÖ pleiten voor de rechtbank? Vraagt flavus. Dat beloof ik aan jou. Nu komt een slaaf de werkkamer binnen. Hier, alle cliŽnten willen jou begroeten. Er is nog altijd een vreemdeling aanwezig. Het is een Germaan. Onlangs was er een Romein aangekomen! Zo werd hij geroepen. Germaanse vreemdeling? Toch geen Germaan uit Nijmegen? Hij noemt zich een Germaanse vreemdeling, antwoord de slaaf. Leidt hem onmiddellijk binnen in de werkkamer, beveelt flavus. De man nadert Flavus en blijft midden in het atrium staan. Flavus was opgestaan en naar hem toegegaan. Hij begroet hem blij: Bij hercules, jij Germaan! Mijn ogen bedriegen mij toch niet? Ik verheug me zeer omdat ik gezond kan zien. Waarom ben jij naar Rome gekomen? Vraag ik. Vertel! Vader was snel in het werkvertrek gekomen. Er is een gast aanwezig. Er is voor jou een dierbare gast aanwezig. Opa haast zich langzaam. Eindelijk komt hij in de werkkamer aan. Gespannen bekijkt hij de gast. Jou ken ik, zegt hij. Dan zegt hij aarzelend: jij hebt toch een vrijgelaten slaaf van mij? Jazeker, antwoordt Germanicus. Ik ben een vrijgelaten slaaf van u. Ik ben Germanicus uit Nijmegen. Hoe gaat het? Opa is verbijsterd. Waarom ben je naar Rome gekomen, vraagt hij: een bezigheid heeft me naar Rome gebracht. Antwoordt de vrijgelaten slaaf. Een vriend van mij heeft onlangs veel pruiken aan de Romeinen verkocht. De blonde pruiken vallen zeer in de smaak bij Romeinse vrouwen. Daarom heb ik zelf pruiken in GermaniŽ importeert. Mijn schijn ligt in de haven. Nu zoek ik een werkplaats en rijke vrouwen enÖ Kaal, voegt vader er lachend aan toe. Inderdaad. Ik kan je helpen, antwoord vader. Ik kan een winkel aan jou verschaffen. De winkel ligt in de Tuxus steeg. Een klant van mij bezat daar vroeger een winkel. Nu heeft hij een nieuwe winkel dichtbij het Forum Traianus. Ik heb de zaak geregeld. Breng je Germaanse pruiken naar de Taxus steeg.