Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Tirocinium Latinum

Exercitium 9: A+B

Oefening 9a

1.De dood van Ceasar wordt door de boodschapper aan de soldaten bericht.
2.Hij wordt door een pijl verwond.
3.De rover wordt door de rechter verhoord, maar hij antwoordt de rechter niets.
4.Zonder jou durf ik niet uit te varen.
5.Jij vreest me, maar zonder reden.
6.In de schaduw van de boom zie ik een man.
7.Hij wordt door de mannen geprezen en geliefd.
8.Plotseling wordt geschreeuw vanuit de burcht gehoord.
9.Met pijlen en stenen verschrikken en verjagen de inwoners de vijanden weg van de burcht.
10.Hij staat onder een boom.
11.Over het getal der soldaten heb je me niets verteld.
12.Je moet ons zonder list en bedrog antwoorden.
13.In de stad terugkeren is ons niet geoorloofd.
14.Naar de stad gaan durven de barbaren niet.
15.Jullie zijn niet voor ons, maar tegen ons.
16.Een menigte mensen staat voor de poort en schreeuwt.
17.Waarom kom je niet met mij naar huis.
18.In de zomer gaan zij uit de stad naar de bergen een villa in wegens de hitte van de zon.
19.De vader is gewoon altijd vrienden rondom zich te hebben.
20.Met ons durven zij niet te vechten.
21.Een deel van Gallia is aan de overzijde van de Alpen, daarom wordt het door de Romeinen 'Gallia Transalpina' genoemd.
22.Altijd, wanneer de handelaren door de bergen trekken, moeten ze soldaten met zich hebben, omdat er rovers in de bergen wonen.
23.Tussen Gallie en Italie liggen de Alpen.
24.Behalve jij helpt niemand mij.
25.Zonder mij het huis te betreden is jou niet geoorloofd.
26.Tijdens het eten treden plotseling soldaten binnen.
27.Per (d.m.v.) boodschapper wordt jullie door de koning geld gegeven.
28.Voor het gevecht aan bemoedigd de aanvoerder de soldaten.
29.Voor de poort staan altijd bewakers.
30.In de rivier ligt een eiland.
31.Het is niet geoorloofd de rivier achter het huis in te gaan.
32.Hij wordt aan de overzijde van de rivier bestreden. (?!)
33.De aanvoerder is bij de koning in de burcht.

Oefening 9b
1.Mercator a latrono necatur.
2.Miles gladio vulneratur.
3.Nemo trepidat praeter vos.
4.Propter calorem agricolae in umbra dormiunt.
5.Contra domum arbor stat.
6.Per hiemem non navigamus.
7.De fraude ducis nihil nobis narrat.
8.Captivi a duce interrogantur.
9.Marcus a magistro pinitur.
10.Morbe impeditur.
11.Tecum ire audeo.
12.Hodie cum patre enavigo.
13.De arce milites veniunt.
14.Sine libris in scholam veniunt.