Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Tirocinium Latinum

Exercitium 48: oef. 60

1. De verraders komen ís nachts in een afgelegen gebied samen, opdat niemand (lett. niet iemand) hen (zichzelf kan grammaticaal ook, dat kan natuurlijk overal, ik beperk me dus maar tot het geven van twee mogelijkheden waar dat geen aperte flauwekul oplevert) ziet.
2. Vader wentse, dat slaven met hem(zelf) daar naartoe gingen.
3. De bondgenoten sturen ons gezanten om ons te vragen, dat wij hen (bondgenoten of gezanten) bijstaan.
4. Laten de gezanten oppassen dat de vijanden, die zich op de top van de heuvel bevinden, hen niet vandaar in het nauw brengen.
5. Hun leiders hebben geŽist, dat onze troepen hun (van leiders of van onze troepen) gebied verlieten.
6. Hij durft niet onder de ogen van zijn vader te komen, omdat hij vreest, dat deze hem (of zichzelf, als opvoeder met verantwoordelijkheidsgevoel; zoon heeft dan vergaand schuldcomplex) deze wandaden verwijt.
7. Hij heeft van mij niet gedaan kunnen krijgen, dat ik hem en zijn zoon zou bijstaan.
8. Men zegt dat die koopman een gis heerschap is. Laat jouw broer oppassen, dat hij (koopman) hem (broer)/hij (broer) zichzelf (broer) niet bedriegt.
9. De koning van ginds volk kwam bij ons legerkamp en vroeg, dat zijn dochter, die door ons was gevangen, aan hem werd overgeleverd.
10. Hoe heeft hij jou overgehaald om hem te helpen?
11. Hij vraagt dat we hem niet in de steek laten.
12. Vader eist dat de leraar zijn (van vader/ van leraar) zoon straft.
13. Zijn vriend, die in Athene woont, heeft mijn broer gevraagd, om hem (vriend) boeken te sturen.
14. De gezant kwam bij de aanvoerder van de vijanden en zei: onze aanvoerder draagt mij op om deze brief, die hij zelf met zijn eigen hand heeft geschreven, aan u over te dragen en uw antwoord af te wachten.
15. De barbaren, hevig verschrikt door het grote aantal der onzen, snelden toe en vroegen, terwijl ze hun handen naar ons uitstrekten, dat wij hen en de hunnen zouden sparen.