Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Tirocinium Latinum

Exercitium 43: oef. 55

1. Men zegt dat de man die nu binnenkomt een groot redenaar is. Laten we naar hem luisteren.
2. Laten mensen die dergelijke misdaden plegen, streng worden gestraft.
3. Het weer is puik. Laten we uitvaren.
4. Mogen de vijanden spoedig door onze troepen volledig worden overwonnen.
5. Laten we drinken en eten. De tocht zal lang en moeilijk zijn.
6. Aan het einde van zijn redevoering riep de redenaar uit: Leve uw koningin! Moge uw vaderland groeien en bloeien! Ik heb gezegd!
7. laten we morgen allemaal aanwezig zijn en hen helpen.
8. Laten we niet geloven dat zij ons de waarheid gaan zeggen. Ze hebben ons al vaak bedonderd. Als wij niet zullen hebben opgepast, zullen we ook nu door hen in de luren worden gelegd.
9. Moge de oorlog spoedig beŽindigd zijn.
10. Mogen zij niet geloven dat wij verschrikt zijn.
11. Wat wensen jullie, bondgenoten? Och, mogen ons spoedig hulptroepen worden gezonden. Want nu onze vesting door de vijanden is bezet, zal er geen andere hoop meer voor ons over zijn.
12. Als iemand ons iets hierover kan zeggen, laat hij spreken.
13. Mogen de onsterfelijke goden aan jullie beiden (aan elk van beiden van jullie), nu jullie (eig. elk, vandaar het enkelvoud) verdreven zijn uit vaderland en huis, spoedig een terugkeer naar vaderland en huis toedelen.
14. Hij hoopt altijd op hulp van ons. Laat hij ook ons nu hulp brengen.
15. Hij zegt dat hij ons iets over die zaak kan vertellen. Laten wij zwijgen en luisteren.
16. Wie was die man, met wie je vader gisteren uit de senaat kwam? Ik weet het niet. Laten wij het vader zelf vragen!!
17. Denkt niet dat wij veilig zullen zijn nu de vijanden zijn verjaagd.
18. Mogen zij doen, wat zij hebben beloofd.
19. Moge de god een dergelijke ellende van ons afwenden.
20. Antwoord niet dat je helemaal niets hebt gezien. Want we zullen je niet geloven.
21. Wat zeg je? Dat je broer van het dak is gevallen? Och, als hij maar niet gewond is!
22. Laat geprezen worden wie lof waardig is.
23. Moge jij vandaag het geld betalen, dat je ons bent verschuldigd!
24. De door de aanvoerder gezonden verkenners hebben de troepen van de bondgenoten niet gevonden. Och, mogen we niet door hen in de steek zijn gelaten.
25. Laten wij hier blijven. Want het is ons niet geoorloofd verder te gaan.