Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Tablinum > Nieuwe Druk

Tekst 2.1: De Etrusken aan de macht in Rome

2.1.1 Een echtpaar met grote ambities.

Ten tijde van koning Ancus Martius was er in Tarquiniė, een Etruskische stad, een man, Lucumo genaamd. Deze was ondernemend en machtig door zijn rijkdom, daarenboven begerig naar de top van de macht. Maar omdat hij van een vreemde stam afkomstig was (hij was immers de zoon van een zekere Demaratus, een Corinthische banneling) kon hij geen koning worden. Hij was getrouwd met Tanaquil, een Etruskische vrouw van hoge afkomst en helemaal niet tevreden met de lagere levensstandaard waarin zij terechtgekomen was. Zij spoorde haar echtgenoot herhaaldelijk aan: "Verlaat Tarquiniė en vertrek naar Rome. Bij dat nieuwe volk is er plaats voor dapperheid en een ondernemende man. Daar kijkt men immers naar je dapperheid, niet naar je afkomst. Als je niet in Tarquiniė de macht zou kunnen grijpen, dan toch zeker in Rome. Er zijn genoeg voorbeelden. Men heeft er immers ooit Numa uit de Sabijnse stad Cures aan de macht laten komen, koning Ancus is uit een Sabijnse moeder geboren. Uiteindelijk volgt Lucumo de raad van zijn vrouw op. Ze nemen hun bezittingen samen en vertrekken naar Rome. Men was bij de Janiculus aangekomen en Lucumo reed in een wagen samen met zijn vrouw wanneer plots een arend naar hem toevliegt en zijn muts afpakt, met een groot geschreeuw over de reiswagen vliegt en uiteindelijk de muts opnieuw op zijn hoofd zet. Tanaquil, als Etruskische vrouw ervaren in hemelse voorteken omhelst blij haar man en vraagt hem hoge verwachtingen te koesteren en aan dit voorteken geloof te hechten. Ze gaan de stad binnen terwijl zij deze verwachtingen en gedachten bij zich dragen. Daar kocht Lucumo een huis en hij wordt een Romeinse burger.

2.1.2 Het vuurwonder.

Op een bepaalde dag gebeurde er in het koninklijke paleis een wonderlijke zaak. Daar leefde een jongen, Servius Tullius genaamd. Men geloofde dat hij de zoon van een slavin was, vanwaar zijn naam. Maar in werkelijkheid was hij de zoon van de koning van de stad Corniculum. Nadat een oorlog met de Romeinen was ontstaan, was deze immers gesneuveld terwijl hij dapper vocht voor zijn vaderland. Nadat de stad door de Romeinen ingenomen was, werd zijn vrouw echter, zeven maanden zwanger, onder de gevangenen naar Rome weggevoerd. Koningin Tanaquil had deze vol medelijden opgenomen. Nadat de vriendschap tussen de vrouwen van dag tot dag groeide werd de baby, intussen geboren, in het koninklijk paleis opgevoed. Op een bepaalde nacht leek het hoofd van de jongen in brand te staan. En bij dat wonder ontstond er een groot tumult. Dadelijk kwamen niet alleen de slaven, maar ook de koning en de koningin aangelopen. Dadelijk bracht 1 van de vertrouwelingen van de koning al water aan, wanneer de koningin verbood om de vlammen te blussen. Weldra gingen samen met de slaap ook de vlammen weg. Toen riep de koningin haar echtgenoot terzijde en zei: "Zie jij dit kind? Dit kind zal ons ooit tot steun zijn bij tegenspoed. Jij hebt zelf het goddelijke teken gezien. Dus wij zullen hem met alle zorgen opvoeden." En dat deden ze, en de jongen gaf blijk van een echt koninklijk karakter. Daarom is het niet verwonderlijk dat Tarquinius vele jaren later Servius verkoos boven alle andere jongemannen en dat hij zijn dochter met een huwelijk met hem verbond.

2.1.3 De moord op Tarquinius Priscus.

De zonen van Ancus Martius besluiten het door Tarquinius aan hen aangedane onrecht te wreken en zij pakken de zaak op deze manier aan. 2 zeer ruige herders, door hen uitgekozen voor de misdaad, veinzen voor de poort van het koninklijk paleis een twist, terwijl elk van beide zo heftig mogelijk de koning roept. Bij de koning geroepen houden ze zelfs in de aanwezigheid van deze niet op met roepen en tegen elkaar op te schreeuwen tot de koning hen uiteindelijk beveelt elk om beurt te spreken. Dan begint de ene van hen zoals afgesproken het voorval uit te leggen. Terwijl de koning gekeerd naar hem zich van de andere afwendt, haalt deze plots een bijl tevoorschijn en laat deze neerkomen op het hoofd van de koning. Nadat vervolgens de bijl in het hoofd van de koning achtergelaten is, vluchten zij zo snel mogelijk weg. Terwijl de dienaars van de koning de doders achtervolgen en hen vatten, wordt de stervende Tarquinius door zijn dienaren opgevangen. Er ontstaat een toeloop en overal worden stemmen gehoord: "Wat is er gebeurd? Wie heeft het aangedurfd om zo'n grote misdaad te plegen? En leeft onze koning tenminste nog?" Tanaquil beveelt dat dadelijk de poort wordt gesloten en dat iedereen wordt weggestuurd.

2.1.4.
Tegelijk vroeg ze echter andere hulpmiddelen. Dadelijk liet ze immers Servius komen en terwijl ze de stervende echtgenoot liet zien: "Aan jou, zei ze, Servius, als je een man bent, is het koninkrijk, niet van hen, waarvoor andere handen deze misdaad begingen. Richt je dus op en volg de goden als leiders, die ooit jouw hoofd omgaven met goddelijk vuur en jouw beroemde toekomst voorspelden. Denk aan die hemelse vlam en maak je meester van de zaken.
En als je twijfelt op welke manier je dit moet bereiken, volg mijn raad."
Hoewel echter intussen het geroep en de stormloop van de menigte nauwelijks tegengehouden kon worden, haaste ze zich uit het hoger gelegen deel van het huis om het volk toe te spreken via het venster: "Wees van goed hart, Quirites! De speer trad helemaal niet diep binnen in het hoofd van de koning. De wonde is onderzocht en verzorgd. En dadelijk kwam de koning weer bij bewustzijn. Weldra zullen jullie hem zelf opnieuw zien. Intussen beval hij jullie te gehoorzamen aan Servius''
Het volk gelooft en ze gehoorzamen aan Servius, terwijl hij recht spreekt en de overige taken van de koning uitvoert.
Deze, zittend in de stoel van de koningin beslist sommige zaken zelf, over andere doet hij alsof hij de koning zal raadplegen.
Zo is gedurende sommige dagen de dood van Tarquinius geheimgehouden, totdat uiteindelijk het uiteindelijk door de koningin aan het volk met vele tranen openbaar is gemaakt.
Maar intussen was Servius al machtig aan de top van het rijk, niet aangesteld door het volk maar door de senaat.