Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Studium > Boek 2

Caput 1: De komst van de Romeinen.

Verbeeld nu in de geest, vrienden en vriendinnen, jullie zijn niet meer in deze eeuw, hier op school zitten jullie niet meer. Jullie kunnen de leerkrachten verlaten, als jullie willen, en op reis gaan in de verleden tijd. Als wij de ogen sluiten, worden ons vele dingen in het droombeeld onthuld. Wat voelen jullie nu ? Jullie herkennen toch zeker het land ? Nu zijn wij in het Romeinse rijk, in een vreemde provincie, gelegen aan de uiterste grenzen van dit grote rijk.
Zij die hier leven worden GalliŽrs of Germanen genoemd, sterke mannen en ook helemaal niet beschaafd. Daarentegen zijn allen geen barbaren. Ook verschillende Romeinen, soldaten of handelaars, wonen in deze streek. Om welke redenen verlaten de Romeinen het schitterende licht van ItaliŽ en hun beroemde land ? Waarom willen zij dat duister land van de GalliŽrs, gekend voor de vele en brede bossen, ruw en lastig door het klimaat, toch bewonen. Met welk doel kwamen zij hier tot bij de barbaren ? De boeken over de geschiedenis van de GalliŽrs leren ons dit over de aankomst van de Romeinen: Gaius Julius Caesar, de grootste leider van Romeinen valt de GalliŽrs, alle volkeren die de Rijn van de Germanen scheidt ,aan, omdat hij begerig is naar roem; hij onderwerpt ze aan het Romeinse rijk. Alhoewel de GalliŽrs het vreemde rijk niet kunnen verdragen en moedig weerstand bieden aan de Romeinse vijanden, zijn zij nochtans volstrekt niet opgewassen tegen de legioenen. Bijgevolg worden zij in vele gevechten ruw overwonnen en verliezen zij de vrijheid. Na vele jaren gehoorzamen zij tenslotte aan de nieuwe heersers. Die geven aan de nieuwe provincies, niet alleen de Romeinse vrede, maar ook de Romeinse wetten en gewoontes. In alle delen, bij de legerkampgrenzen versterken zij de wegen, zij bouwen in geheel GalliŽ, havens, steden en prachtige gebouwen.
In de vruchtbare velden wonen zij met hun familieleden in villas en ook leven zij volgens Romeinse gewoonte.Waarvan ene villa, gelegen tussen Maas en Rijn, Marcus Valerius Celerinus en zijn familie bewoont. Onze Marcus heeft vier gezonde en flinke kinderen. Valeria overtreft de andere kinderen in jaren en wijsheid; zij is een meisje van veertien jaar oud en daarom ook is zij rijp voor het huwelijk. De zonen van Marcus zijn echter niet altijd braaf.
Quintus immers houdt ervan zich te meten met de anderen. Hij is lastig tegen zijn broeder Lucius en kleine Livia en ook plaagt hij hen met woord en daad. Daarom pleegt Marcus zich streng te gedragen tegen zijn zonen. Voor zijn dochters is hij daarentegen geen strenge vader;
Marcus leeft zonder zorgen met zijn vrouw een vreedzaam leven op het grote landgoed. Want hij
verdedigdt met het tiende legioen de ganse streek bij de stad Keulen, tegen de barbaren.
Geen enkele barbaar durft de Rijn, een diepe en brede stroom, over te steken. Is het waar ? Geen enkele barbaar ? Toch verbergen zich in het midden van de bossen niet alleen wilde dieren, zoals iedereen weet, maar ook woeste rovers. Die, begerig naar rijkdom, goud, geld en alle goederen van de Romeinen, alle waardevolle dingen in de villas, willen roven en wegbrengen .De villa van Marcus is zeer groot en welvarend. Er zijn immers veel paarden, koeien, honden...die een rustig leven doorbrengen en die totaal niets weten van de rovers.