Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

SPQR

Tekst 37 (versie 2)

De stad Alesia werd in het nauw gebracht door een lange belegering van het leger van de Romeinen. De inwoners van Alesia hadden de overige stammen van Gallië tot hulp geroepen, maar de hulptroepen waren nog niet aangekomen. De inwoners van Alesia konden niets anders doen dan wachten op de aankomst van de bondgenootschappen.
Ook in het Romeinse legerkamp wachtten de soldaten geduldig op het begin van het gevecht. Een deel van de soldaten bewaakten de ommuring, een deel vervulde andere taken in het legerkamp. Dichtbij het hoofdkwartier zat de officier met de meeste dienstjaren met enkele onervaren soldaten, die wapens poetsten. De oude officier met de naam Garrulus vertelde hen over de wonderlijke dieren, die aan de overkant van de rivier de Rhenus leefden. Hij zei:" Ikzelf heb oerossen gezien, want onze keizer stuurde ons tweemaal naar de bossen van Germanië." Hij toonde de jongemannen de Hoorn van het dier en zei: " Kijk, het is de Hoorn van een oeros. Oerossen zijn zeer wild, met de grootte een beetje kleiner dan een olifant, met het uiterlijk en de kleur meer lijkend op een Stier. De kracht van hen is enorm; zij sparen geen dieren en ook geen mensen. Toch is er één gepakt door ons."
De jongemannen vroegen verbaasd: " Hoe kan een dier zo wild, worden gepakt?" Garrulus antwoordde: " De barbaren leerden ons een valkuil maken. Nadat de oeros in de valkuil is gevallen, is het gemakkelijk hem te doden. Datum batum is gatum latum zatum.