Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Roma > Boek 2

Hoofdstuk 32, tekst A: De moord op Caesar

Omdat Caesar is begonnen met de senaat te verachten en met het streven naar macht, verlangde het volk een beschermer van de vrijheid. Ze schreven op standbeelden van de eerste Bruts: Ach moge jij nog leven. Evenzo op standbeelden van Caesar zelf: Brutus die de koningen buitenspel zet, wordt eerste consul gemaakt; deze die de consuls eruitgooit, wordt later koning gemaakt! Een schrijving is ook op een zeker podium van Brutus: jij slaapt, Brutus! Daarom heeft M. Brutus geweten tegenover het Romeinse volk een complot gesmeed tegen Caesar.

De dag voordat C wordt vermoord, heeft Porci, vrouw van B, op de hoogte van het plan, een scheermesje, vanwege alsof ze nagels afknipte, geŽist. Als het ware daarmee heeft ze toevallig uit de handen ontglippend zichzelf verwond. Na Brutus te roepen in de slaapkamer van de vrouw heeft ze zich uitgestrekt en hij is begonnen haar verwijten te maken, omdat hij wilde dat de kappers die plichten uitvoeren; in het geheim heeft zij gezegd: 'Niet door toeval, maar met opzet, mijn Brutus, heb ik deze wond aan mij gemaakt. Ik wil immers proberen of er genoeg moed aan mij was, om zelfmoord te plegen, als door jou een plan naar wens te weinig was verlopen.' Door het horen van deze woorden wordt er gezegd B uit geroepen te hebben: 'Ach moge het waard te schijnen zo'n echtgenote te bezitten!