Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Roma > Boek 2

Hoofdstuk 31, tekst A (DH): Caesars kamp aangevallen door Galliërs

2Het woordveld: vechten, strijd.
3r. 1erant agenda, proponendum erat;
r. 2concurrendum erat;
r. 3revocandi erant;
r. 4(aggeris) petendi (causa), arcessendi erant, instruenda (erat);
r. 5cohortandi (erant), dandum erat, (ad proelium) comittendum;
r. 8(pugnae) ineundae;
r. 10faciendum esset;
r. 11(ad) dimicandum, (ad insignia) accomodanda;
r. 12(ad galeas) induendas;
r. 14(ad) pugnandum.

Door Caesar moest alles op één tijdstip gedaan worden: het vaandel, dat het teken was, dat er door de soldaten naar de wapens gerend moest worden, moest te voorschijn gehaald worden;
de soldaten moesten van het (vesting)werk teruggeroepen worden; diegenen, die een beetje verder naar buiten waren gegaan om materiaal voor de wal te zoeken moesten opgeroepen worden; de
5slaglinie moest opgesteld worden; de soldaten moesten aangespoord worden; er moest een signaal met (op) de tuba gegeven worden om de strijd aan te gaan. De nadering van de vijanden (de naderende vijanden) verhinderde echter dat alles in de juiste volgorde werd gedaan. Daarom heeft Caesar de soldaten niet met een lange redevoering aangespoord, opdat hij geen tijd verloren zou laten gaan om de strijd te beginnen. Bovendien wisten veel soldaten, die getraind waren in (door) vorige gevech-
10ten, goed, wat er door hen tijdens het vechten gedaan moest worden. De animo van de vijanden was zo bereid om te vechten (vechtlustig), dat niet alleen de tijd ontbrak om hun onderscheidingsteken op te doen, maar ook om hun helm(en) op te zetten. Nadat het teken gegeven was, gingen de soldaten de strijd snel aan. Caesar zelf nam aan de strijd deel, waar hij zag dat de zijnen in het nauw gebracht werden. Hoewel de Romeinse soldaten slecht voorbereid waren om te vechten, hebben ze toch in
15een lange en bloedige strijd onder leiding van Caesar de vijanden overwonnen. Deze heeft barmhartigheid aan de dag gelegd (gebruikt) jegens de overwonnenen: hij verbood dat ze gedood werden; hij beval slechts, dat ze zich voortaan van onrecht zouden onthouden.

6b Erat; erant.
8Tempus.
9Bij de Romeinen.
10b + a.c.i.
11b Caesar
12Hij wil geen tijd verloren laten gaan (r. 8); de soldaten zijn zo goed getraind: zij weten zelf wel wat ze
moeten doen (r. 9-10).
13a Hij doodde de overwonnen vijanden niet.
b (Eigen verwerking)
14Uit deze tekst blijkt dat hij een goede, dappere veldheer was (r. 13) en een milde overwinnaar.
15(Eigen verwerking: tempore; castra; galeas induere; ante portas; adsunt; spectaculum; praebere etc.)