Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Roma > Boek 2

Hoofdstuk 27, tekst A (DH): Hannibal vraagt Scipio om vrede

1Regel 2 Ego t/m r. 18 parta sit.
2bDe voorwaarden waaronder vrede kan worden gesloten; een beroep doen op Hannibals gevoel / verstand.

Hannibal en Scipio zijn met ieder een tolk samengekomen. Toen
heeft Hannibal als eerste Scipio met deze woorden toegesproken: ĎIk, die het
Romeinse volk de oorlog heb aangedaan en die zo vaak de overwinning bijna in handen heb gehad, kom nu op eigen initiatief naar jou om vrede te vragen. Toen jouw vader consul was, heb ik ItaliŽ
5bereikt. Met hem ben ik slaags geraakt. Ongewapend kom ik nu naar zijn zoon.
Als zowel jķllie, Romeinen, tevreden waren geweest met ItaliŽ, en ook wŪj met de heerschappij over Afrika, dan zouden noch wij in ItaliŽ gestreden hebben, noch jullie in Afrika. Jullie hebben bijna in
jullie (eigen) poorten en op jullie muren de veldtekens en wapens van de vijanden gezien, wij horen
10van Carthago het gedruis van het Romeinse kamp. In jullie voordeel wordt nu over vrede onderhandeld.
Wat mij betreft: ik ben als oude man teruggekeerd naar het vaderland, waarvandaan ik als jongen vertrokken was. Wat Ūk was bij het Trasumeense meer en bij Cannae, dat ben jŪj vandaag.
Jij bent een jongeman, die een eeuwig geluk geniet. Het fortuin straalt jou nu toe.
Maar mij hebben zowel voorspoed als tegenspoed zo geleerd, dat ik liever mijn verstand wil volgen
15dan het lot (toeval). Een zekere vrede is beter en veiliger dan een overwinning, waarop gehoopt
wordt (die nog afgewacht moet worden). Dit is in jouw hand, dat in die der goden. Ik, Hannibal, vraag om een vrede, die ik zal beschermen. Ik zal ernaar streven dat niemand spijt heeft van de vrede, die door mij verkregen is.


3Bijwoord, want er volgt geen naamwoord in de acc.
4Italia en imperio (Africae).
5Carthagers.
71e persoon ev: ik.
9aPax.
b Manu (hand).
10Alinea 1: Ik, Hannibal, die de Romeinen bijna verslagen had, kom jou, Scipio nu ongewapend
om vrede vragen.
Alinea 2:Eerst waren wij sterk, nu jullie.
Alinea 3:Het geluk staat nu aan jouw kant, maar als je zekerheid wilt, kies dan voor de vrede
die ik nu aanbied.
Alinea 4:Ik zal die vrede waarborgen.
11Hij vermeldt zijn eigen roemrijke daden. Het feit dat iemand van zijn kaliber zich gewonnen geeft, impliceert dat zijn tegenstander (Scipio) nog sterker is dan hij.
12Bij zowel de Romeinen als de Carthagers: de Romeinen hadden zich tevreden moeten stellen met ItaliŽ
(en dus niet SardiniŽ, SiciliŽ en Corsica inpikken na de eerste Punisch oorlog), de Carthagers hadden
tevreden moeten zijn met hun invloed in Spanje en niet ItaliŽ moeten binnenvallen.
13b.
14De vrede waarom ik vraag, bezorgt je in ieder geval de overwinning.
Als we gaan vechten, kun je nog verliezen. Jij hebt de keuze.
15Links onder.