Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Roma > Boek 2

Hoofdstuk 24, tekst A (DH): Hulp voor Verginia

1De cliënt van Appius Claudius mocht Verginia in afwachting van de komst van haar vader mee naar zijn
huis nemen.


Het wrede besluit beweegt (bewoog) het vredige karakter van Icilius zó, dat hij uitroept:
‘Dit kuise meisje, Appius, is met mij, niet met jou verloofd.
Ik zal haar ten huwelijk leiden.
In haar eigen huis, niet in dat van een ander zal Verginia de komst van haar vader afwachten.
5Ook al hebben jullie de hulp van de volkstribuun aan het Romeinse volk ontnomen, daarom is aan
jullie nog niet de heerschappij (zeggenschap / macht) over onze kinderen en echtgenotes gegeven. Als de kuisheid van Verginia door jou geschonden zal worden, dan zal ik de hulp
van de goden en mensen inroepen, dat deze verachtelijke (iste) misdaad niet ongestraft is.
Ik eis, Appius, dat je nog eens goed overweegt, wat je doet.
10Ik wil liever sterven dan Verginia aan jou afstaan.’
Toen Appius zag dat de menigte door de woorden van Icilius opgewonden was, antwoordde hij dat Icilius Verginia niet uit liefde, maar uit ambitie verdedigd had;
dat deze immers een reden voor opstand zocht;
dat híj daarom aan Icilius deze gelegenheid niet zou verschaffen;
15dat hij de rechtspraak naar de volgende dag zou verschuiven (uitstellen).
Dat Verginia intussen in haar eigen huis de komst van haar vader zou afwachten.
Vervolgens ging het volk angstig uiteen.


2Ingenium.
4Huis (domu).
7Icilius.
8aAppius Claudius.
bgelegenheid daarvoor.
9aArgumenten: Verginia is met mij verloofd (r. 2-4). Het ontnemen van de volkstribunen aan het volk,
geeft je geen macht over onze vrouwen en kinderen (r. 5).
Dreigementen: als Vergina geschonden wordt, zal ik zorgen dat die daad gestraft wordt (r. 7-8),
al kost het mij mijn leven (r. 10).
b De argumenten zijn zakelijk, zij doen een beroep op het verstand van Appius.
De dreigementen doen een beroep op zijn gevoel.
10aDat Icilius slechts een reden tot opstand zoekt.
bHij zag dat het volk opgewonden raakte.
11Die verhouding is nog lang niet in orde. De patriciërs behandelen de plebejers nog slecht.