Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Roma > Boek 2

Hoofdstuk 18, tekst C (DH): Strijd tussen Romeinen en Sabijnen (versie 2)

1aIn r. 2-5 spreekt Romulus tot Iuppiter.
bIn r. 7 spreekt Romulus tegen de Romeinen.
cIn r. 12-14 spreken de Sabijnse vrouwen tot de Romeinen (hun echtgenoten) en de Sabijnen (hun vaders).


Toen bad Romulus, toen/omdat hij zag dat de Romeinen wegvluchtten, (tot) Iuppiter met deze
woorden:
‘Iuppiter, hier heb ik jouw vogels gezien. Hier heb ik de eerste fundamenten van de stad geplaatst.
De Sabijnen hebben nu de burcht door middel van een list. Maar jij, vader van goden en mensen, weer tenminste de vijanden hiervandaan af. Neem bij de Romeinen de angst weg en stop de schandelijke vlucht.
5Hier wijd ik voor jou een tempel als aandenken voor het nageslacht, als je de stad redt.’
Toen riep hij uit, alsof hij het antwoord van Iuppiter hoorde:
‘Romeinen, Iuppiter optimus maximus beveelt ons weerstand te bieden.’
Vervolgens hernieuwden de Romeinen en de Sabijnen midden in de vallei het gevecht
(gingen opnieuw vechten), maar de Romeinen waren superieur (beter).

10Toen wierpen de Sabijnse vrouwen zich temidden van de vliegende projectielen.
Terwijl ze nu eens hun vaders, dan weer hun mannen smeekten, riepen ze uit:
‘Richt uw woede op ons! Wij zijn de oorzaak van de oorlog.
Wij zijn de oorzaak van de wonden en de moorden voor onze ouders en mannen.
Wij willen liever omkomen dan als weduwen of wezen leven!’
15Deze woorden ontroeren de vechtenden. Er ontstaat een stilte.
Vervolgens treden de aanvoerders naar voren en sluiten een verdrag.
Ze sloten niet alleen vrede, maar maakten ook één staat van (uit) de twee (staten).


2aNominativus.
bRomulus.
3Perfectum.
5bDativus (mv.).
7Tela.
9a Staten (civitatibus).
10Do ut des; ik geef opdat jij geeft; voor wat, hoort wat.
11aHij doet net of Iuppiter hem antwoord geeft.
Hij gebruikt het ontzag voor de goden om de vlucht van de Romeinen te doen stoppen.
b(Eigen verwerking)
12(Eigen verwerking)
13Voor hen kan het eigenlijk nooit goed aflopen. Als de Sabijnen winnen, hebben ze hun echtgenoten verloren
en zijn ze weduwen, als de Romeinen winnen, hebben ze hun vaders verloren en zijn ze wezen.
14aDe rechter persoon; hij heeft een schild met daarop het symbool van Rome: de wolvin met de tweeling.
b1 De vrouw links, iets op de achtergrond, die haar kind boven de vechtenden omhoog heft.
2 De vrouw in het midden die haar armen uitstrekt.
3 De vrouw achter het schild van de Romein die haar borst onbloot.
4 De vrouw midden voor, die geknield op de grond op de kinderen wijst.
5 De vrouw links, die met een kind in haar rechterarm smekend de knie van een Sabijn omvat.