Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Roma > Boek 2

Hoofdstuk 17, tekst A (DH): Koning Proca voelt zijn einde naderen

2Volgens de stamboom stammen de koningen af van Aeneas en Lavinia.
3Regel 4 (perfectum).

Proca, de koning van de Albani, had twee zonen, Numitor en Amulius.
Numitor, die de oudste was, was een kalme en goede jongeman.
Amulius echter was woest en begerig naar macht.
Op zekere dag nu voelde Proca het einde van zijn leven naderen.
5Hij riep zijn zonen bij zich in de slaapkamer en zei:
‘Lieve zonen, ik ben al een oude man en moe door de jaren. Binnenkort zal ik sterven.
Ik ben van plan mijn rijk en rijkdom onder jullie te verdelen.
Jij, Numitor, zeg (eens): welk van beide verlang je, mijn rijk of mijn rijkdom?
Numitor echter, die door de woorden van zijn vader verdrietig was, zei niets.
10Amulius schreeuwde daarentegen uit: ‘Vader, geef mij jouw rijkdom!
Ik weet immers zeker dat Numitor het rijk begeert. Laat hem het rijk.’
Hij had immers begrepen dat een rijk zonder rijkdom niets waard is.
Numitor zei niets. Zwijgend ging hij weg uit de slaapkamer.


5verbis: abl. mv; patris: gen. ev.
6a Numitorem.
b Dativus ev; Numitor.
7In de reactie van de jongens op de woorden van hun vader: r. 9-11.
8Hij is de oudste.
9(Eigen verwerking)
10De keuze van Amulius voor de rijkdom.