Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Phoenix > Boek 4

Sallustius, Bellum Iugurthinum, 15

Nadat de koning zijn spreken had beeindig, antwoordden de gezanten van Iugutha, meer vertrouwend op de vrijgevig dan op de zaak.

"Hiepsalem was wegens zijn wreedheid door de NumidiŽrs gedood. Adherbal die spontaan de oorlog had verklaard, klaagde nadat hij werd verslagen, omdat hij geen misdaad had kunnen begaan. Iugurtha vroeg aan de senaat hem niet te beschouwen als een ander dan hij bekend was geweest in Numantia en niet meer belang te hechtten aan de woorden van de vijand dan aan zijn daden"

Daarna gingen elk van beiden weg van het senaatsgebouw. De senaat raadpleegde onmiddellijk. De aanhangers van de gezanten, bovendien een groot deel van de senaat, bedorven door een gunst, minachtten de woorden van Adherbal en hemelden de moed van Iugurtha op door lofbetuigingen. Met gunsten, met uitspraken, kortom op alle wijzen zetten ze zich in voor de misdaad en wandaad van een ander als voor hun eigen roem.

Daarentegen vonden de weinigen voor wie het goede en eerlijke dierbaarder was dan rijkdom, dat Adherbal moest geholpen worden en dat de dood van Hiempsalem moest bestrafd worden, maar van hen allen het meest Aemilius Scaurus, een mens van adel, vlijtig, fanatiek, begerig naar macht, eer en rijkdom, die voor het overige zijn gebrekken sluw verborg.

Toen hij de beruchte en schaamteloze vrijgevigheid van de koning zag vreesde hij, wat in zo'n zaak gewoon is, dat de bedorven brutaliteit woede zou aanwakkeren en hij bedwong zijn normale begeerte.