Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Phoenix > Boek 3

Tekst 11.7: Caesar galli√ęrs en Germanen

GalliŽ is in zijn
geheel verdeeld in drie delen, waarvan de Belgen een stuk bewonen, de
Aquitani een ander, het derde door hen die in hun eigen taal Kelten, in
de onze GalliŽrs genoemd worden. Allen van dezen verschillen onder
elkaar in taal, gebruiken en wetten. De rivier Garonne scheidt de GalliŽrs
van de Aquitani, Marne en Seine scheiden hen van de Belgen. Van al dezen
zijn de Belgen de dappersten, omdat ze het verst verwijderd zijn van de
verfijnde levenswijze en beschaving van de provincia, en omdat handelaar
uiterst zelden tot bij hen reizen en die dingen invoeren, die bijdragen tot het verslappen van de geest, en omdat ze het dichtst bij de Germanen
wonen, die over de Rijn wonen, en waarmee ze voortdurend oorlog voeren.
Om deze reden
overtreffen ook de HelvetiŽrs de overige GalliŽrs, omdat ze zich bijna
dagelijks meten met de Germanen in veldslagen, wanneer ze hen of
afhielden van hun grenzen, of als ze zelf oorlog voeren in hun gebieden
STANDEN
In heel GalliŽ zijn
slechts twee soorten van mensen, die van enig tel zijn of enig aanzien
genieten. Want de plebejers worden bijna beschouwd als slaven, die niets
durven uit eigen initiatief, en op geen enkele vergadering worden toegelaten. De meesten begeven zich in slavernij wanneer ze gebukt gaan
onder schulden, of onder zeer zware belastingen, of onder de
onrechtvaardigheden van de machtigeren.. De adelen hebben al dezelfde
rechten tegenover hen, als meesters tegenover hun slaven. Van deze twee
standen nu is de ene die van de druÔden, de andere die van de ridders.
DRUŌDEN
Dezen houden zich
bezig met de godsdienst, zorgen voor de publieke en private offers, en
verklaren de religieuze tekens. Bij hen komt een groot aantal jongeren
samen om te leren, en dezen genieten bij hen een groot aanzien. Want ze
doen uitspraak over bijna alle geschillen, publieke zowel als private,
en indien er een misdaad is begaan, indien er een moord is gepleegd,
indien er een meningsverschil is over een grondgebied of over een
erfenis, dan doen dezelfden een uitspraak, en bepalen schadeloosstelling
of straf; maar indien iemand, een privť-persoon of een volk zich niet
houdt aan het besluit van hen, verbieden zij hen de offers. Deze straf
is bij hen de zwaarste. Diegenen aan wie dat zo is verboden, dezen worden gerekend tot de goddeloze misdadigers, allen gaan dezen uit de
weg, en ze vermijden een ontmoeting of een gesprek met hen, omdat ze
geen ongemakken zouden oplopen door een contact, en aan hen die erom
vragen wordt geen recht teruggegeven en geen enkel ereambt verleend.
de eindelijk verzadigd.