Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 4: Boek 1

Hoofdstuk 6, tekst B

Daidalos, de architect van het labyrint, heeft erg/veel
medelijden met Theseus en de kinderen. Uit medelijden maakt hij aan Ariadne
de uitgang van het labyrint bekend en geeft haar raad:
‘Ariadne, geef de Atheners een kluwen draad en draag
hun op de draad vast te maken aan de deur van het labyrint
en daarna de kluwen af te rollen. Zo is het voor hen mogelijk
de uitgang uit het labyrint terug te vinden.’
(Op) de volgende dag brengt Minos de Atheners
naar het labyrint en zegt: ‘Luistert naar mij,
Atheners: hier woont de Minotauros en hij wacht op voer.
Jullie, kinderen, zijn voedsel en jullie zullen
hem voor veel dagen voer verschaffen!’
Nu huilen de kinderen en jammeren:
‘Ach, wij zijn heel bang, we willen geen voer voor de Minotauros zijn!
Wij zijn niet van plan het labyrint in te gaan,
maar wij blijven hier: want wij zijn erg bang!’
De dappere Theseus spreekt de kinderen zo moed in:
‘Ik verwonder me er niet over, kinderen, dat jullie niet naar binnen willen gaan.
Blijf dus hier en wees niet heel bang!
Ik zal alleen de Minotauros zoeken en doden!’
De kinderen blijven bij de deur van het labyrint,
en Theseus voert de raadgevingen van Ariadne uit.
Zo zoekt hij alleen de Minotauros, maar vindt (hem) niet.