Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 4: Boek 1

Hoofdstuk 18, tekst A: Odysseus ontmoet zijn moeder

Mijn moeder, nadat ze gekomen was en ze donker bloed gedronken had, herkende mij meteen; Want nadat ze begonnen was te huilen begon ze de volgende woorden te spreken: "Hoe ben jij hier gekomen, terwijl jij nog leeft? Want het is lastig voor de levende dit te bekijken. Kwam jij uit Troje hier, lange tijd zwervend? Ben jij nog niet naar Ithaka gegaan en heb jij nog niet je vrouw, zoon en volk gezien?" Ik zei aan haar: "mijn moeder, het is noodzaak die mij naar beneden leidde in het huis van Hades, omdat ik Teresias moet raadplegen: want ik kwam nog niet dichtbij Ithaka, mijn land, altijd zwierf ik en ik ondervond vele ervaringen, sinds ik Agamemnon volgde naar Troje. Maar vooruit, jij moet dit, niet leugenachtig, maar werkelijk, aan mij zeggen: hoe ben jii gestorven?" Zij antwoordde aan mij; "Ik, mijn kind, ik ben gestorven, omkomend in het verdriet: zo erg misde ik jou..."

Daarna probeerde ik de ziel van mijn moeder te pakken, ik strekte mijn armen uit. Driemaal probeerde ik dit, driemaal vluchtte de schim uit mijn handen weg, gelijk aan een schaduw of een droom... Voor mij werd het verdriet groter en ik schreeuwde: "Mijn moeder, waarom blijf je niet bij mij? Want ik wil je vastpakken en kussen." Maar mijn moeder antwoordde aan mij: "Dat, mijn kind, is onmogelijk. Want na de dood zijn stervelingen zodanig, want zij hebben geen vlees en botten meer, maar het krachtige vuur vernietigt het lichaam en de ziel vlucht als een droom weg."