Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 4: Boek 1

Hoofdstuk 10, tekst C: Het verdriet van Achilles

Antilochos ging naar Achilles en vergoot warme tranen;
"Achilles, je zeer geliefde Patroklos is er niet meer! Hektor is schuldig aan zijn dood en heeft nu jouw wapens."
Een zwarte wolk van verdriet heeft Achilles bedekt.
Hij nam veel as en strooide het vanaf zijn hoofd naar beneden.
De slavinnen van Patroklos renden uit de tenten en huilden erg. Want altijd was Patroklos hun goedgezind.
Ook Achilles (had) nam deel aan het gejammer.
In de onmetelijke zee hoorde Thetis het gejammer.
En meteen wilde zij de oorzaak van het gejammer weten.
Dus steeg zij op uit zee en zei het volgende tegen haar zoon: "Mijn kind waarom huil je en beheerst het verdriet jou?"
Onder veel tranen zei Achilles tegen de godin:
"Moeder, mijn zeer geliefde vriend Patroklos is er niet meer; en mijn wapens, die Patroklos eerder had, heeft Hektor! Het lot van Patroklos is onrechtvaardig en een wraak waardig!"
Thetis had medelijden met haar zoon en zei hem:
"Wacht, mijn kind; want je hebt nu geen wapens!
Maar Hefaistos kan in een dag nieuwe wapens
maken. En als de wapens klaar zijn, zoek dan Hektor!"