Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 2: boek 1

Hoofdstuk 6, tekst B: taaloefeningen

A
1. [γριεξ]τουV δεινουV κινδυνουV [/γριεξ] = de verschrikkelijke gevaren, acc mv.
2. [γριεξ]τα μεγαλα δwρα [/γριεξ] = de grote geschenken, nom mv.
3. [γριεξ] αι νεαι νçσοι [/γριεξ] = de nieuwe eilanden, nom mv.
4. [γριεξ]τουV πολλουV πολιταV [/γριεξ] = de vele burgers, acc mv.
5. [γριεξ]ταV μακραV μαcαV [/γριεξ] = de lange gevechten, acc mv.

B
1. De Minotaurus doodt veel Atheners.
2. Door de nieuwe gevaren hebben de mensen angst.
3. De burgers sturen de slechte heersers naar een angstaanjagend eiland.
4. Meteen brengen de mensen de sterke dieren naar de schepen.
5. De vreemdelingen bewaken de geliefde meisjes niet.

C
1. [γριεξ]νεοι[/γριεξ]; nieuwe gevaren nom.
2. [γριεξ]κακουV[/γριεξ]; slechte burgers acc.
3. [γριεξ]πολλοι[/γριεξ]; vele vreemdelingen nom.
4. [γριεξ]μεγαλα[/γριεξ]; grote daden nom.
5. [γριεξ]ισcυροV[/γριεξ]; een sterke slaaf nom.
6. [γριεξ]μακρουV[/γριεξ]; lange mensen acc.
7. [γριεξ]σοι[/γριεξ]; jouw heersers nom.
8. [γριεξ]yιλαV[/γριεξ]; geliefde landen acc.

D
1. Als het volgende woord met een klinker begint.
2. Als het aan het einde van de zin staat.
3. A
4. B