Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 2: boek 1

Hoofdstuk 3, tekst C: Herakles doodt de leeuw (versie 1)

1. Herakles draagt zijn knots.
2. Herakles gaat naar het beest toe
3. Hij vlucht niet voor het gevecht.
4. Nu heeft de leeuw angst.
5. De leeuw vlucht de grot binnen.
6. Herakles gaat ook de grot binnen; daar begint het gevecht.
7. Herakles pakt het beest en wurgt het.
8. Maar nu redt de huid het beest niet.
9. Herakles brengt het beest naar Mykene.
10. Waarom doet Herakles dat?
11. Daar zit de heerser (of : zijn meester) te wachten.
12. De heerser is Eurystheus.
13. Herakles brengt het beest naar de heerser.
14. Herakles roept de heerser.
15. Maar Eurystheus merkt het beest op en vlucht.
16. Waarom doet Eurystheus dit?
17. De heerser is bang.