Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 1 Oude Testament 3: Abraham offert zijn zoon Izaäk

3. ABRAHAM OFFERT ZIJN ZOON IZAÄK (Genesis, 22, 1-13)
En daarna gebeurde het dat God Abraham op de proef stelde en zei tegen hem: ‘Abraham, Abraham.’ En hij zei: ‘Kijk, hier ben ik.’ En hij zei: ‘Neem jouw geliefde zoon, van wie jij houdt / hield, Izaäk, en ga naar het hoge land en breng hem daar naar een brandoffer op een van de bergen, die ik aan jou zal zeggen / zeg.’ Nadat Abraham ’s morgens vroeg was opgestaan / opstaand, zadelde hij zijn ezel: hij nam samen met zichzelf twee slaven en zijn zoon Izaäk mee en nadat hij hout had gehakt voor het offer (en) nadat hij was opgestaan, ging hij op weg en ging naar de plaats die God hem zei / had gezegd. En toen Abraham op de derde dag omhoog keek / omhoog kijkend, zag hij met zijn ogen de plaats in de verte. En Abraham zei tegen zijn slaven: ‘Jullie moeten hier gaan zitten met de ezel, en ik en de jongen, wij zullen tot daar gaan en nadat wij (tot God) gebeden hebben, zullen wij naar jullie terugkeren.’ Abraham nam het hout van het brandoffer en legde het op zijn zoon Izaäk. Hij nam ook het vuur in zijn hand en het mes en de twee gingen samen verder. Izaäk zei, tegen zijn vader Abraham sprekend: ‘Vader.’ En hij zei: ‘Wat is er, kind?’ Zeggend / Hij zei: ‘Kijk, het vuur en het hout: waar is het lam voor het brandoffer?’ En Abraham zei: ‘God zal zelf zorgen voor een lam voor het brandoffer, kind.’ Nadat zij beiden samen hadden gereisd / reizend kwamen zij bij / gingen zij naar de plaats die God hem had gezegd. En Abraham bouwde daar een altaar en legde het hout erop en, nadat hij de voeten van zijn zoon Izaäk had samengebonden / samenbindend, legde hij hem op het altaar boven op het hout. En Abraham strekte zijn hand uit om het mes te pakken om zijn zoon te slachten.
En een engel van de Heer riep hem vanuit de hemel en zei tegen hem: ‘Abraham, Abraham.’ En hij zei: ‘Kijk, hier ben ik.’ En hij zei: ‘Jij moet je hand niet naar de jongen uitstrekken en jij moet hem niets doen. Want nu zie / zag ik in dat jij God vreest en jij niet jouw geliefde zoon in leven liet vanwege mij.’ En nadat hij omhoog had gekeken / omhoogkijkend zag Abraham met zijn ogen, en kijk, (daar was) één ram, die vastgehouden werd / vastgehouden wordend met zijn horens in het struikgewas: en Abraham ging ernaar toe en nam / pakte vast de ram en droeg hem (omhoog) naar het brandoffer in plaats van zijn zoon Izaäk.