Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 1 Nieuwe Testament 6: De verloochening door Petrus

En toen zij hem gevangen genomen hadden, namen ze hem mee en brachten ze hem naar het huis van de hogepriester; en Petrus volgde op een afstand. En nadat ze een vuur hadden aangestoken in het midden van de hof en nadat ze bij elkaar waren gaan zitten, zat Petrus tussen hen. En toen een slavinnetje hem in het licht had zien zitten en hem scherp had opgenomen zei zij: “Hij was ook bij/samen met hem.” Maar hij ontkende, zeggende: “Ik ken hem niet, vrouw.” En toen na korte tijd een ander hem gezien had, zei deze: “Jij bent ook van hen.” Maar Petrus zei: “Man, dat ben ik niet”

En na verloop van ongeveer een uur verzekerde een ander, zeggende: “Werkelijk, hij was ook met hem want hij is ook een Galilaeër.” Maar Petrus zei: “Man, ik weet niet wat je zegt/bedoelt.” En meteen toen hij nog sprak begon een haan te kraaien. En de heer draaide zich om en keek Petrus aan en Petrus herinnerde zich de woorden van de heer, toen hij hem gezegd had: vandaag zul je, voordat de haan gekraaid heeft mij driemaal verloochenen. En hij ging weg naar buiten en weende bitter.