Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 1 Nieuwe Testament 2B: Een storm op het meer

En onmiddellijk beval hij zijn leerlingen om aan booord te gaan van het schip en om de boot te brengen naar de overkant, terwijl hij intussen de menigte zou wegzenden. En nadat hij de menigte had weggezonden, ging hij weer terug naar de berg om in afzondering te bidden.

En toen het avond geworden was, was hij daar alleen. Maar het schip was al vele stadiën van het land verwijderd, (en het werd) geteisterd door de golven, want er was tegenwind. En in de vierde nachtwake ging hij naar hen toe wandelend over de zee. En toen zijn leerlingen hem op de zee hadden zien wandelen, werden zij in verwarring gebracht, zeggend dat hij een spook was en ze begonnen te schreeuwen van angst.

Maar direct begon Jezus te spreken, en hij zei tegen hen: “Wees gerust, ik ben het; wees niet bang.” Petrus zei hem ten antwoord: “Heer, als u het bent, beveel mij dan om naar u toe te komen over het water.” En hij zei: “Kom.”

En Petrus stapte van het schip en hij wandelde rond over het water en hij ging naar Jezus. Maar toen hij de wind zag, werd hij bang en toen hij begon te zinken schreeuwde hij zeggend:

“Heer, red me” En Jezus strekte direct zijn hand uit en pakte hem vast en zei tegen hem: “Jij kleingelovige, waarom heb jij getwijfeld?” En toen zij aan boord waren gegaan ging de wind liggen. En degenen op het schip/de opvarenden wierpen zich (voor hem) op de knieën, zeggend tegen hem: “U bent waarlijk de zoon van God.”