Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9, tekst 1B: Het probleem van de naaktheid in een ander perspectief

1 Dus, zei ik, nu we begonnen zijn (erover) te spreken, moeten we niet bang zijn voor de spottende opmerkingen van de grapjassen, zoveel als en zodanige als zij zouden kunnen maken/zeggen met betrekking tot de realisering van zo'n verandering, zowel betreffende de sportscholen als betreffende intellectuele vorming, en niet het minst betreffende het dragen van wapens en het berijden van paarden.
Je hebt gelijk/je spreekt op de juiste wijze, zei hij.
5 Maar nu wij begonnen zijn (erover) te spreken, moeten we verder gaan met het ongenuanceerde (karakter) van de conventie, als we die mensen gevraagd hebben niet hun (spottend) gedrag te vertonen, maar serieus te zijn, en als we (hen) (eraan) herinnerd hebben dat het niet lang geleden is sinds het aan de Grieken schandelijke en belachelijk toescheen te zijn wat nu aan het merendeel van de niet-Grieken (toeschijnt schandelijk en belachelijk te zijn): dat mannen naakt gezien worden, en toen met de sportscholen als eersten de Kretenzers begonnen, en daarna de Spartanen, was het voor de grappenmakers van toen mogelijk al die dingen te bespotten. Of meen je van niet?
10 Ík (meen van) wel.