Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Sokrates 3E: Sokrates vraagt om het gif, maar Kriton probeert nog tijd te rekken

En Sokrates zei met een blik omhoog: "Ook jij, vaarwel, en wij zullen die dingen doen."
En tegelijkertijd zei hij tegen ons: "Hoe beleefd, die kerel, hij kwam gedurende vele tijd naar me toe en sprak soms met mij en was een alleraardigst man en hoe gemeend huilt hij nu om mij. Maar kom, Kriton, laten wij hem gehoorzamen en laat iemand het vergif brengen, als het fijngewreven is, zo niet, laat de man (bewaker) het dan stukwrijven.
En Kriton zei; Ik denk, Sokrates, dat de zon nog op de bergen is en dat hij nog niet is ondergegaan. En bovendien weet ik dat ook anderen heel laat vergif drinken, wanneer het bevel is gegeven aan hen, die, nadat ze zeer goed gegeten en gedronken hebben, en (soms) samengekomen zijn met hen naar wie hun verlangen uitgaat. Maar haast je volstrekt niet, want er is nog tijd.
En Sokrates zei: "Ja, natuurlijk doen die mensen die jij bedoelt, die dingen - zij menen immers er beter van te worden door dat te doen - en ik van mijn kant zal dat natuurlijk niet doen; want ik meen echt geen enkel ander voordeel te behalen door een tijdje (even) later te drinken, dan me bij mezelf belachelijk te zullen maken, terwijl ik mij vastklamp aan het leven en het spaar, terwijl er niets meer in zit. Maar vooruit," zei hij, "gehoorzaam en doe niet anders."