Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Plato Protagoras 1C: Epimetheus verdeelt de vermogens

Al verdelend kende hij de enen kracht zonder snelheid toe, de anderen, ze zwakkeren, rustte hij met snelheid uit; de enen bewapende hij, de anderen gaf hij een ongewapende aard, en verzon voor hen een ander vermogen om hun behoud te verzekeren/tot behoud. Want welke van hen hij met kleinheid bekleedde, deelde hij vleugels in te vluchten of een onderaardse woonplaats toe. Maar welke hij met grootte deed groeien, die gaf hij juist daarmee hun behoud; ook de andere (soorten) op die manier in evenwicht houdend deelde hij (eigenschappen) toe. En dat bedacht hij, ervoor zorg dragend dat niet n of andere soort werd vernietigd; toen hij hun ontsnappingsmogelijkheden uit wederzijdse vernietigingen had verschaft, bedacht hij tegen de van Zeus afkomstige seizoenen een verdedigingsmiddel door gen te bekleden met dichte haren en stevige huiden, geschikt om winter en in staat om ook hitte te weerstaan/af te weren, en opdat, wanneer zij zich ter ruste legden, diezelfde dingen dienden als het eigen en natuurlijk bed voor ieder. en door de ene te schoeien met hoeven, en de anderen met stevige en bloedloze vellen. Vervolgens verschafte hij de ene dit, de anderen dat voedsel, de enen plantenvoedsel uit de aarde, andere vruchten van bomen, en weer anderen wortels; aan sommigen verleende hij, dat het vlees van andere dieren hun voedsel was; en de enen kende hij beperkte vruchtbaarheid toe, de anderen, die door de (soorten) als voedsel werden gebruikt, grote vruchtbaarheid, (zo) behoud aan de soort verschaffend.