Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Plato Politeia 2C: Een gevangene wordt losgemaakt binnen de grot

Bekijk nu, zei ik, van hen de bevrijding van de boeien en de genezing van hun onverstand, wat voor een die zou zijn, als ongeveer de volgende in overeenstemming met de natuur hun overkomt; wanneer iemand losgemaakt is en gedwongen wordt plotseling op te gaan staan en zijn nek om te draaien en te lopen en naar het licht te kijken en als hij, wanneer hij al deze dingen doet, pijn voelt en door de schitteringen niet in staat is die dingen duidelijk te onderscheiden waarvan hij toen de schaduwen zag, wat denk je dat hij zou zeggen, als iemand tegen hem zegt dat hij toen flauwekul zag, maar dat hij nu, nog dichter bij de werkelijkheid en gewend naar meer werkelijke dingen, juister zag, en hij in het bijzonder hem, wanneer hij elk van de voorbijkomende voorwerpen aanwijst, op zijn vraag dwingt te antwoorden wat het is? Denk je niet dat hij in onzekerheid zou verkeren en dat hij de dingen die toen werden gezien als meer waar zou beschouwen dan de dingen die nu worden aangewezen? Ja, veel meer, zei hij. Als iemand hem dwingt naar het licht zelf te kijken, denk je dan ook niet dat hij pijn zou voelen aan zijn ogen en zou vluchten terwijl hij zich omkeert naar die dingen die hij kan onderscheiden, en die dingen in feite duidelijker zou vinden dan de dingen die worden getoond? Zo is het, zei hij.