Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Herakleitos 1: De massa, het inzicht, het wijze

a. Hoewel deze leer waar is, zijn er altijd mensen zonder begrip en zowel voordat zij het hebben gehoord als nadat zij het eenmaal hebben gehoord; want hoewel alle dingen gaan volgens deze leer lijken de mensen op mensen zonder ervaring, wanneer zijn beproeven zowel dergelijke woorden als daden als ik uiteenzet, wanneer ik volgens de natuur elk ding analyseer en zeg hoe het in elkaar zit. Het is verborgen voor de andere mensen al wat zij wakker zijnde doen, net zoals zij alles vergeten zovele dingen als zij doen slapende.
b. Begriplozen lijken op doven wanneer ze hebben gehoord; het gezegde getuigt over hen dat ze erbij zijn maar afwezig zijn.
c. Daarom is het nodig het universele te volgen; hoewel mijn leer universeel is leeft de massa alsof ze een eigen inzicht hebben.
d. De mensen, zegt hij, zijn bedrogen met betrekking tot het inzicht in de duidelijke dingen zoals in het geval van Homerus, die van alle Grieken het wijste was. Want hem bedrogen kinderen die luizen doodden door te zeggen:
'Wat wij zagen en vastpakten verlieten we, en wat we noch zagen noch vastpakten namen we mee.'
e. Het nadenken is gemeenschappelijk voor iedereen.
f. Ik heb mezelf onderzocht.
g. Waarop het zien, het horen, het leren kennen betrekking heeft, daaraan geef ik de voorkeur.
h. Ogen en oren zijn voor de mensen slechte getuigen wanneer ze hebben geesten die de taal niet verstaan.
i. Niet naar mij, maar naar de leer luisterend is het slim om toe te geven dat alle dingen één zijn.
j. Want hij zegt dat er één wijsheid is: namelijk met het inzicht bekend te zijn welke ook maar bestuurt alle dingen overal en altijd.