Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Epikouros 1B: De juiste houding tegenover de goden

Wat ik jou voortdurend aanraadde, doe dit ook en wijd je hieraan, beseffend dat deze dingen de principes zijn van het goede leven/ op een goede manier leven. Beschouw eerst de god als een onvergankelijk en gelukzalig wezen, zoals het algemene begrip van de godheid in hoofdlijnen is geschetst, (en) schrijf niets vreemds aan de onvergankelijkheid en niets dat niet overeenstemt met de gelukzaligheid aan hem toe; geloof van hem alles wat zijn gelukzaligheid en onsterfelijkheid ongeschonden laat. Want goden bestaan; want de kennis van hen is evident. Zoals de massa hen beschouwt, zijn zij niet. Want zij houden niet consequent vast aan hen zoals zij hen beschouwen. Goddeloos is niet hij die de goden van de massa ontkent, maar hij die de meningen van de massa aan de goden toeschrijft. Want de beweringen van de massa over goden zijn geen algemene begrippen, maar onware denkbeelden; en hierdoor komen uit de goden de grootste schade voort voor de slechte (mensen) en de grootste voordelen voor de goede (mensen). Doorgaans vertrouwd geraakt aan hun eigen deugden staan zij open voor degenen die op hen lijken, terwijl zij alles was niet zo is, als vreemd beschouwen.