Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Epikouros 1C: Geen angst voor de dood

Gewen je aan het menen/de mening dat de dood niets met ons van doen heeft; immers elk goed en (elk) slecht is gelegen in de waarneming; de dood is beroving van de waarneming. En daarom maakt juiste kennis van het feit dat de dood niets met ons van doen heeft dat wij genieten van de sterfelijkheid van het leven, niet omdat zij (die kennis) een oneindige tijd toevoegt, maar omdat zij het verlangen naar onsterfelijkheid heeft weggenomen. Want er is niets vreselijks in het leven voor degene die echt begrepen heeft dat er in het niet-leven niets verschrikkelijks is; zodat degene dwaas is die zegt bang te zijn voor de dood, niet omdat hij pijn zal doen wanneer hij aanwezig is maar omdat hij bij voorbaat pijn doet. Want wat tijdens zijn aanwezigheid niet stoort doet zonder reden pijn wanneer het verwacht wordt. Het huiveringwekkendst van het kwaad, de dood, heeft dus niets met ons te maken, aangezien wanneer wij er zijn, de dood niet aanwezig is; wanneer de dood aanwezig is, dan zijn wij er niet. De dood heeft dus te maken noch met de levenden nog met degenen die gestorven zijn, aangezien hij er van hen niet is, en zij er niet meer zijn. Maar nu eens ontvluchten de meeste de dood als het grootste van het kwaad, dan weer verlangen zij ernaar als verlichting van het kwaad in het leven.