Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 9 Epikouros 1A: Niemand is te jong of te oud om te filosoferen

Noch iemand wanneer hij jong is moet aarzelen om te filosoferen, noch wanneer hij een oude man is moet hij er genoeg van krijgen om te filosoferen; want noch is iemand te jong noch te oud om te zorgen voor zijn psychisch welzijn. Hij die zegt dat of de tijd van het filosoferen er nog niet is of dat de tijd voorbij is gegaan, is gelijk aan degene die zegt dat met het oog op geluk de tijd niet aanwezig is of er niet meer is. Zodat er gefilosofeerd moet worden zowel door een jonge man als door een oude man, door de één opdat, terwijl hij oud is, jong blijft door de goede dingen en vanwege de plezierige herinnering aan het verleden, door de ander opdat hij tegelijk jong en oud is vanwege de onbevreesdheid voor de toekomst. Het is dus nodig zich te oefenen in de dingen die het geluk teweegbrengen, aangezien wanneer het aanwezig is wij alles hebben, maar wanneer het afwezig is wij alles doen om het te verkrijgen.