Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 8 Herodotos 3C: De op één na gelukkigste(n)

Toen Solon met de geschiedenis van Tellos Kroisos nieuwsgierig gemaakt had door daarover in vele gelukkige termen te spreken, vroeg deze (vervolgens) wie hij als tweede na die man gezien had, geheel en al in de veronderstelling dat hij (dan toch) tenminste de tweede prijs zou krijgen. De ander sprak: 'Kleobis en Biton. Hun stond namelijk- zij waren wat afkomst betreft Argivisch-
levensonderhoud in voldoende mate ter beschikking en bovendien een lichaamskracht zodanig/ van een aard die uit het volgende blijkt: zij waren beiden gelijkelijk prijswinnaars, en in het bijzonder wordt ook het volgende verhaal verteld: toen er voor de Argivers een feest was voor Hera moest hun moeder absoluut met een wagen naar het heiligdom gebracht worden. Maar de ossen kwamen niet op tijd van het land. Door (het gebrek aan) de tijd gedwongen doken de jongemannen zelf onder het juk en trokken de
wagen, en op de wagen reed hun moeder, en na (haar) over een afstand van vijf en veertig stadin vervoerd te hebben arriveerder zij in het heiligdom. Toen zij dat gedaan hadden en ook gezien
waren door het verzamelde (feest)volk, viel hun daarop het beste levenseinde ten deel, en de god toonde in hun geval duidelijk aan dat het beter is voor een mens dood te zijn liever dan te leven.
De Argriven presen namelijk, nadat zij rondom hen waren gaan staan, de kracht van de jongemannen gelukkig, en de Argrivische vrouwen presen hun moeder gelukkig, omdat ze dusdanige zonen had gekregen. De moeder was* zeer verheugd door hun daad en door wat men zei en na tegenover het godenbeeld te zijn gaan staan, bad zij dat de godin Kleobis en Biton, haar eigen kinderen, die haar (de godin) op grootse wijze geerd hadden, (dat) zou geven wat voor een mens het beste is om te krijgen. Na dat gebed toen zij geofferd hadden en het feestmaal gebruikt hadden, gingen* de jongens slapen in het heiligdom zelf en stonden niet meer op, maar kwamen zo aan het einde van hun leven.
De Argivers maakten beeltenissen van hen en stelden die op in Delphi omdat zij naar hun mening zich als zeer goede mannen gedragen hadden.