Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 8 De Magiër Smerdis 7E: Kambyses komt tot bezinning

Hij dus zei dit tegen hem, nadat hij er niets bij gelogen had, en Kambyses zei: “Prexaspes, jij bent, omdat je als een goed man gedaan hebt wat bevolen werd, van de verantwoordelijkheid vrijgesproken; maar wie van de Perzen kan dan degene zijn die tegen mij in opstand is gekomen, steunend op de naam “Smerdis”?” Hij zei: “Ik geloof te begrijpen dat wat gebeurd is, koning; de magiërs zijn degen die tegen u in opstand gekomen zijn, die u achtergelaten hebt als opzichter van het paleis, Patizeithes, en de broer van hem Smerdis.” Op dat moment trof de waarheid van de woorden en van de droom Kambyses, toen hij de naam van Smerdis gehoord had; hij meende in zijn droom dat iemand hem bericht had dat Smerdis, terwijl hij zittend op de koninklijke troon met zijn hoofd de hemel aanraakte. En nadat hij beseft had, dat hij voor niets zijn broer had omgebracht, beweende hij Smerdis.