Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 8 Alexander de Grote 5: Het orakel van Delfi

Omdat hij de god wilde raadplegen over zijn veldtocht, ging hij naar Delfi: en omdat het toevallig ongeluksdagen waren, waarop het niet de gewoonte was orakels te geven, stuurde hij eerst een bode om de priesteres op te roepen. En toen hij, omdat zij weigerde en zich beriep op de gewoonte, haar met geweld trachtte mee te slepen naar de tempel, nadat hij er zelf heen was gegaan, zei zij als het ware gezwicht voor zijn doortastend optreden: "Jij bent onoverwinnelijk mijn kind", en toen hij dat had gehoord zei Alexander dat hij geen ander orakel meer verlangde, maar dat hij van haar 't orakel had dat hij wilde.
Nadat hij zich gereed gemaakt had voor zijn veldtocht, schenen er zowel andere tekens van de kant van de god te komen, en als ook scheidde 't houten beeld van Orfeus bij Leibethra (het was van cypressenhout) veel zweet af omstreeks die dagen. Hoewel alle anderen de tekens vreesden, beval Aristandros hen gerust te zijn, omdat volgens hem Alexander veel daden zou verrichten, die bezongen en beroemd zouden worden, en die veel zweet en moeite zouden verschaffen aan dichters en musici, als zij die bezongen.