Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 8 Alexander de Grote 12: De begroeting door de god Ammon

Toen hij na door de woestijn te hebben getrokken op de plaats kwam,verwelkomde de priester van Ammon hem namens de god als namens zijn vader;en hij vroeg of niet iemand van de moordenaars van zijn vader aan hem was ontkomen.Toen de priester (hem)beval te zwijgen - want dat zijn vader geen sterveling was/want dat hij geen sterfelijke vader had -veranderde hij zijn vraag en/nadat hij ...vroeg hij of hij zich volledig gewroken had op de moordenaars van Filippos; vervolgens over zijn heerschappij,of hij hem vergunde heer en meester te zijn van alle mensen.Toen de god in een orakel geantwoord had dat hij ook dat gaf en dat Filippos volledige voldoening kreeg, begiftigde hij de god met schitterende wijgeschenken en de mannen met geld.
Dit schrijven de meesten over de orakels; maar Alexander zelf schreef in een brief aan zijn moeder dat er voor hem enkele geheime orakeluitspraken waren die hij zelf na teruggekeerd te zijn tegen haar alleen zal/zou mededelen.Sommigen zeggen dat de priester,toen hij in het Grieks met zekere vriendelijkheid wilde zeggen:‘O kind ’,bij de laatste van de klanken door een verkeerde uitspraak de ‘s ’uitsprak en zei:‘O kind van Zeus ’,in plaats van de ‘nu ’een ‘sigma ’gebruikend,en dat de verkeerde uitspraak tot vreugde van Alexander gebeurde,en dat het verhaal werd verspreid alsof de godheid hem met ‘kind van Zeus' had aangesproken.