Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Sofokles Antigone 4B: Het bodeverhaal over de dood van Antigone en Haimon

Ik zal als ooggetuige vertellen, meesteres van mij, omdat ik erbij was, en ik zal geen woord van waarheid voorbij laten gaan. Want waarom zou ik u vriendelijk kunnen bejegenen met een verhaal, waarvan wij later grote leugenaars zullen blijken? De waarheid is altijd het beste. Ik volgde als gids uw echtgenoot naar het hoogste deel van de vlakte, waar het verstoken van medelijden en het
door honden verscheurde lichaam van Polyneikes nog steeds lag en terwijl we de godin van de wegen en Pluto vroegen hun woede welwillend te beheersen, en nadat we hem een reinigend bad hadden gegeven, verbrandden we hem, althans dat wat er van hem over was, in vers
afgerukte olijftakken nadat wij een tombe met hoge top hadden opgeworpen van vaderlandse grond waren wij vervolgens op weg naar de holle, van steen opgetrokken bruidskamer van de bruid des doods. Toen iemand plotseling van verre al het geluid van luid geweeklaag hoorde in de buurt van de bruidskamer zonder dodengraven, en erheen gegaan zijnde, meldde hij het aan meneer Kreon: onduidelijke wanhoopskreten klonken hem in de oren terwijl hij dichterbij kwam, jammerend liet hij een klagend geluid horen: Ach arme ik, ben ik een waarzegger? Ga ik nu t meest ongelukkige pad van de voorbije wegen? Het stemgeluid van mijn zoon treft mij vaag in de oren. Maar, dienaren, gaat er snel naartoe, en nadat jullie bij t graf zijn gekomen, moeten jullie, nadat jullie de opening in de steenhoop zijn binnengegaan, in de richting van de ingang zelf, kijken of ik de stem van Haimon hoor, of dat ik door de goden word bedrogen. Wij zagen het volgende schouwspel op bevel van onze teneergeslagen meester: achter in de tempel zagen wij haar,
opgehangen aan haar nek, hangend in een strop van haar stevig geweven sluier, en hem, met zn armen tegen haar middel aangedrukt, terwijl hij jammerde om het verlies van zijn dode bruid,
de daden van zijn vader en hun rampzalige relatie. En toen hij (Kreon) hem (Haimon) zag, ging hij met een vreselijke jammerkreet op hem af en luid gillend riep hij: Ach domoor, wat voor n daad heb jij verricht? Wat was je van plan? Door welk ongeluk heb jij je verstand verloren? Kom naar buiten, kind, ik smeek t je op mijn blote knien. Het kind, loerend naar hem met wilde ogen, terwijl hij m in het gezicht spuugde en niets tegen hem zei, trok van zijn zwaard de beide gevesthaken, miste zijn vader die in paniek ervandoor ging: daarna, de ongelukkige heeft, boos op zichzelf, zoals hij daar stond, zich in zijn zwaard stortend zn zwaard tot in het midden in zijn zijde gestoot, en nog bij zinnen drukte hij zich tegen het meisje aan tot een slappe omhelzing: snuivend wierp hij een felle stroom van purperen (bloed)druppels uit op de witte wang (van Antigone) Daar ligt hij dan, lijk om lijk, waarbij hij de ongelukkige bruiloftsplechtigheid ontvangt in het huis van de Hades, waarbij hij de mensen erop wijst in hoeverre onnadenkendheid de allergrootste ramp is voor de mens.