Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Medea 6A: Medea klaagt over het verlies van haar kinderen

Paidagogos: Meesteres, deze kinderen van jou zijn ontslagen van ballingschap, en de Koninklijke bruid nam verheugd met haar beide handen de geschenken aan; en van die kant is er vrede voor de kinderen… Hè? Waarom sta je daar verbijsterd nu je gelukkig bent? [Waarom heb je je wang afgekeerd en ontvang je niet blij dit woord van mij?]

Medea: Ach, ach…

Paidagogos: Dit is niet passen bij het bericht.

Medea: Ach, nog eens erg.

Paidagogos: Ik bericht toch niet onbewust een of ander ongeluk, en heb ik mij vergist in de gedachte een goed bericht te brengen?

Medea: Je bericht wat je moet berichten; ik verwijt je niets.

Paidagogos: Waarom sla je dan je ogen neer en huil je?

Medea: Het is voor mij zeer noodzakelijk, oude man, want de goden en ik hebben een onverstandig middel verzonnen.

Paidagogos: Heb moed; jij keert zeker nog terug door toedoen van je kinderen.

Medea: Anderen zal ik naar beneden brengen, ongelukkige ik.

Paidagogos: Jij werd beslist niet alleen gescheiden van je kinderen; het is nodig dat degene die sterfelijk zijn zich berusten in tegenspoed.
Medea: Ik zal dat doen, maar ga het huis binnen en maak voor de kinderen de dingen die dagelijks nodig zijn klaar. Oh kinderen, kinderen, er is een stad en huis voor jullie beiden waarin jullie zullen wonen nadat jullie mij ongelukkig hebben verlaten. En ik ga als ballinge naar een ander land voordat ik genoot van jullie beiden en jullie gelukkig zag, en voordat ik een huwelijk en een vrouw en een huwelijksbed eerde, en ik bruiloftsfakkels omhoog hield. O zeer ongelukkigen vanwege mijn trots. Tevergeefs bracht ik jullie groot, kinderen, tevergeefs zwoegde ik en werd ik verscheurd door pijn, toen ik de pijnen van de bevalling kreeg. Waarlijk had ik eens, ongelukkigen, veel hoop voor jullie, namelijk om mij te zullen verzorgen op mijn oude dag. En mij, nadat ik gestorven ben, met jullie handen de laatste eer te zullen bewijzen, voor mensen een benijdenswaardig goed; maar nu is de zoete gedachte verloren, want wanneer ik van jullie beroofd zal zijn zal ik een voor mij beroerd en smartelijk leven leiden. Jullie zullen je moeder niet meer zien met jullie geliefde ogen, wanneer jullie naar een andere vorm van bestaan gaan.