Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Medea 4: Medea's wraakplan

Medea: O Zeus, DikŤ, Zeus' dochter, en licht van de zon, wij zullen zegevierend zijn over mijn vijanden, vriendinnen, en wij zijn al op weg naar de overwinning; nu is er hoop dat mijn vijanden gestraft zullen worden. Want deze man is de haven voor mijn plannen gebleken, op het punt waar wij het het moeilijkst hadden; Wij zullen de kabel van de achtersteven aan hem vastmaken, nadat wij naar de stad en naar de burcht van Athene zijn gegaan. Ik zal aan jou nu al mijn plannen zeggen; luister naar mijn woorden maar beschouw ze niet als voor uw plezier gezegd.

Nadat ik een van mij bediendes heb gezonden zal ik Jason vragen te komen voor een onderhoud met mij; tegen hem zal ik, als hij gekomen is, vriendelijke woorden zeggen, namelijk dat ook mij hetzelfde goed lijkt, en dat het huwelijk met de prinses mooi is, nadat hij ons verraden heeft; dat het voordelig is en goedbesloten is. En ik zal vragen dat mijn kinderen blijven, niet omdat ik mijn kinderen zou willen achterlaten op vijandelijke grond voor mijn vijanden om ze te mishandelen, maar opdat ik met listen het kind van de koning dood.

Ik zal ze sturen terwijl ze geschenken in hun handen hebben en deze naar de bruid brengen, smekend niet in ballingschap te hoeven gaan, een fijn gewaad en een uit goud geweven diadeem; als zij het sieraad heeft aangenomen en het om haar huid doet zal zij en iedereen die de dochter aanraakt gruwelijk sterven.

Maar hier beŽindig ik mijn verhaal; ik jammer om het werk dat hierna gedaan moet worden door mij. Want mijn eigen kinderen zal ik doden; er is niemand die ze eruit zal redden; nadat ik het heilige huis van Jason heb doen instorten ga ik het land uit terwijl ik de straf van de moord op mijn zeer geliefde kinderen ontvlucht, nadat ik de meest goddeloze daad heb gedurfd. Want het is onverdraaglijk om uitgelachen te worden door mijn vijanden, vriendinnen, zo moet het maar; wat heeft het voor mij voor zin om te leven? Ik heb noch een vaderland, noch een huis, noch mogelijkheid om te ontkomen aan de rampen. Toen maakte ik een fout, toen ik het huis van mijn vader verliet,
doordat ik door de woorden van een Griekse man overtuigd was, die gestraft zal worden door ons met Gods hulp. Want noch zal hij ooit mijn kinderen voortaan levend zien, noch zal hij een kind verwekken bij zijn pasgetrouwde jonge vrouw, omdat het noodzakelijk is dat zij, die slechte, ellendig sterft door mijn gif. Niemand moet mij beschouwen als laf en zwak, noch als rustig, maar van een tegenovergesteld karakter, namelijk als lastig voor vijanden en goedgezind voor dierbaren, want van dergelijke mensen is het leven het meest roemrijk.

Koor: Omdat jij nu eenmaal dit woord aan ons meedeelde en omdat ik jou wilde helpen en het opnemend voor de wetten van mensen, raad ik jou af dit te doen.

Medea: Het kan niet anders: voor jou is er geen excuus om dit te zeggen, omdat jij niet slecht (zeer) lijdde zoals ik.

Koor: Maar zal jij je kind durven te doden, vrouw?

Medea: Ja, want zo kan een echtgenoot het beste worden gegriefd.

Koor: U zou een zeer ongelukkige vrouw worden.

Medea: Genoeg hierover; alle verdere argumenten zijn overbodig. Maar vooruit: ga en haal Jason. Want wij gebruiken jou voor alle vertrouwelijke opdrachten. Zeg niets van mijn besluiten, als je je heersers goedgezind bent en een vrouw bent.