Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Medea 1A: Vreemdelingen en vrouwen hebben het moeilijk

Korinthische vrouwen, ik ben uit het huis gekomen, om te voorkomen dat jullie mij iets verwijten, want ik weet dat vele van de stervelingen hooghartig zijn geworden, sommigen die zich afzonderen, anderen die aan het openbare leven deelnemen, weer anderen op grond van hun teruggetrokken levenswijze zich een slechte naam van arrogantie verwerven. Want gerechtigheid is niet aanwezig in de ogen van de mensen, wie alvorens het innerlijk van een mens duidelijk te doorgronden hem haat, nadat hij het gezien heeft, zonder enig onrecht ondervonden te hebben. Het is nodig dat een vreemdeling zich sterk aanpast aan de stad; ik heb geen waardering voor een burger die, omdat hij hooghartig is, bitter is voor zijn medeburgers door domheid. En een onverhoopte gebeurtenis die mij is overkomen, deze heeft mijn leven te gronde gericht; ik ben verloren en mijn levensvreugde verloren hebbende verlang ik sterven, vriendinnen. Want in wie voor mij alles was - dat weet hij dondersgoed- is gebleken de slechtste van de mannen, mijn echtgenoot. Van alles wat bezield is en een mening heeft zijn wij vrouwen het ongelukkigste schepsel: die in de eerste plaats voor een overdreven bedrag aan geld een echtgenoot moeten kopen, en een baas over hun lichaam moeten nemen: dit is wel het toppunt van ellende. En hierin schuilt het grootste risico, ofwel een slechte te nemen of een goede. Want echtscheiding is voor vrouwen niet fatsoenlijk, het is niet mogelijk je echtgenoot af te wijzen. En aangekomen in nieuwe gewoontes van het huis moet zij een helderziende zijn, terwijl ze het niet van huis uit geleerd geeft, hoe zij het beste zal omgaan met haar echtgenoot. En als de echtgenoot terwijl wij dit goed uitwerken met ons samenwoont, terwijl hij niet met tegenzin het huwelijksjuk draagt, dan is het leven benijdenswaardig; maar zo niet, dan is het nodig te sterven. En een man, wanneer hij er genoeg van heeft samen te zijn met zijn huisgenoten, laat zijn hart stoppen met afkeer nadat hij naar buiten is gegaan, [nadat hij zich gewend heeft tot een of andere vriend of een leeftijdsgenoot;] Maar voor ons is het noodzakelijk afhankelijk te zijn van 1 persoon. En ze zeggen over ons dat wij een gevaarloos leven leiden in onze huizen, en zij strijden met de lans; de dwazen; hoezeer zou ik willen driemaal mij in het gelid op te stellen, liever dan 1 keer te baren.