Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Bakchai 5A: Augaue is trots op haar buit

Koor:
Toon nu, ongelukkige, je overwinningbrengende jachtbuit aan de burgers, waarmee je dragend (hier) bent gekomen.
Agaue:
O, jullie die de stad met mooie torens van het Thebaanse land bewonen, komt, opdat jullie deze jachtbuit zien, die wij, dochters van Kadmos, bestaande uit een wild dier hebben gevangen, niet met speren van de ThessaliŽrs, niet met netten, maar met de kracht van deze blanke handen. En moet men zich erop beroemen dat men wapens van lansenmakers zich voor niks verwerft? Wij pakten hen tenminste met onze handen, wij verscheurden de ledematen van het beest uiteen. Waar is mijn oude vader? Hij moet nabij komen. Waar is mijn kind, Pentheus? Hij moet, stevig vastpakkend, deze sporten van de trap tegen het huis plaatsen, opdat hij het hoofd van deze leeuw, waarmee ik, nadat ik hem heb buitgemaakt, hier nu aanwezig ben, aan het triglief kan spijkeren.