Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Bakchai 4B: Dionysos zet Pentheus in een boom

Bode:
De rampzalige Pentheus zei, terwijl hij de vrouwelijke menigte niet zag, zodanig: "Vreemdeling, vanwaar wij staan, bereik ik niet de zogenaamde mainaden met beide ogen; nadat ik omhoog ben gegaan, op de heuvel, naar de rijzende dennen, zou ik wel het schandelijke gedrag van de mainaden kunnen zien".
Daarna zag ik eindelijk het wonderlijk optreden van de vreemdeling; want, nadat hij hem had vastgepakt, trok hij het hemelhoge uiteinde van een tak van de den omlaag, hij trok, en trok het (helemaal) naar de zwarte grond; de den werd krom getrokken als een boog of als een gebogen wiel, wanneer deze op een draaibank in een ronddraaiende omloop wordt uitgeschuurd; zo boog de vreemdeling, trekkend met beide handen, de boomstam in het gebergte naar de grond, terwijl hij de handelingen niet als sterveling deed.
Nadat hij Pentheus op een tak van de den had neergezet, liet hij de jonge boom rechtop door zijn handen omhoog schieten zonder te zwiepen, terwijl hij ervoor oppaste dat hij hem er niet afwierp, en de den verhief zich rechtop naar de hoge lucht, terwijl deze de meester, die op de ruggen zat, hield (met de meester, zittend op de ruggen); hij werd eerder gezien dan dat hij de mainaden zag. Want hij was nog maar nauwelijks duidelijk zichtbaar, terwijl hij hoog zat, of het was (al) niet meer mogelijk de vreemdeling te zien, en er schreeuwde een of andere stem vanuit de lucht, vermoedelijk (die van) Dionysos: "Meisjes, ik breng hem, die jullie, mij en mijn heilige riten belachelijk maakte; straft hem!"
En zodra hij dat tot de hemel en aarde had gesproken, verhief het licht zich tot het heilige vuur. De lucht zweeg, het beboste dal hield zijn bladeren stil, men had niet kunnen horen dat er dieren leefden.