Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Bakchai 4A: Aankomst op de Kithairon

Bode:
Nadat wij de Thebaanse verblijfplaatsen van deze aarde verlieten, staken wij de stromen van de Asopos over, en we kwamen in het heuvelland van de Kithairon, zowel Pentheus als ik - want ik volde de meester - en de vreemdeling, die voor ons een gids was bij onze missie.
Dus eerst zaten wij in het dal, rijk aan gras, en we verroerden ons niet en zeiden niets, opdat wij zouden zien, terwijl wij niet gezien werden.
Er was een ravijn met steile wanden, doordrenkt met wateren, geheel in schaduw gehuld door pijnbomen, waar mainaden, die bezig waren met prettig werk, zaten.
Want sommigen omkransten de thyrsosstaf van henzelf, de kaal geworden was, om hem zo opnieuw van een kruin van klimopbladeren te voorzien, anderen zongen om de beurt een bakchisch lied, terwijl ze het beschilderde juk verlieten zoals veulens.