Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 7 Euripides Bakchai 3C: Pentheus wil weten wat hij moet doen

Pe: Hoe worden dan die dingen gerealiseerd, die jij mij op het hart drukt?
Di: Ik kleed jou aan, terwijl ik de paleizen binnen ga.
Pe: Welke kleding? Vrouwelijke? Maar daar schaam ik me voor.
Di: Je bent geen bereidwillige toeschouwer van de mainaden meer.
Pe: Welke kleding zeg jij dat je om mijn lichaam gooit?
Di: Het langgolvende haar op jou hoofd zal ik laten hangen.
Pe: En het tweede kenmerk van mijn uitrusting?
Di: Jurken die tot de voeten hangen, en op het hoofd zal een haarband zitten.
Pe: En wat anders zal jij voor mij aan deze dingen toevoegen?
Di: Een thyrsos aan je hand en een gespikkeld huid van een jong hert.
Pe: Ik kan de vrouwelijke kleding niet aantrekken.
Di: Maar jij zult een bloedbad veroorzaken als je slaags raakt met de Bakchanten.
Pe: Juist; het is nodig als eerst op onderzoek te gaan.
Di: Inderdaad is het slimmer dan met kwaad jacht te maken op slechte dingen.
Pe: En hoe ga ik onopgemerkt door de stad van Kadmos?
Di: Wij gaan over eenzame wegen; en ik zal de weg wijzen.
Pe: Alles is beter dan dat de Bakchanten mij uitlachen. Nadat we naar huis zijn gegaan. ik zal bedenken wat ik van plan ben.
Di: Dat is mogelijk; in ieder geval, op mij kun je rekenen en ik sta klaar.
Pe: Dan ga ik maar naar binnen; of ik zal met wapens gaan, of ik zal aan die raadgevingen van jou gehoorzamen.