Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 5 Odysseia 4B: De herkenning door Eurykleia

De oude vrouw, terwijl ze met haar slappe armen het been pakte, herkende ze hem terwijl ze hem aanraakte en ze liet zijn voeten vallen. Zijn onderbeen viel in de waskom, het brons kletterde en viel om naar één kant. Het water stroomde eruit op de grond. Tegelijkertijd namen de vreugde en de pijn bezit van haar en haar geest, haar beide ogen vulden zich met tranen, haar overvloedige stem stokte. Terwijl ze zijn kin aanraakte, zei ze tegen Odysseus: "Ja, echt, jij bent Odysseus, mijn dierbare kind, en ik leerde jou niet eerder kennen, totdat ik mijn meester helemaal betastte."
Zo sprak zij en ze keek met haar ogen naar Penelope. Terwijl ze wilde vertellen dat haar dierbare echtgenoot binnen was, kon zij noch tegenover zich kijken, noch denken, want Athena leidde haar gedachten af. En nu Odysseus, terwijl hij (met een hand) tastte naar haar keel, pakte hij die met zijn rechterhand en met zijn andere hand trok hij haar dichterbij zich en sprak: "Moedertje, waarom wil je mij te gronde richten? Jij voedde mij zelf op aan jouw borst en nu nadat ik veel ellende heb doorstaan, ben ik in het twintigste jaar naar mijn vaderland teruggekeerd. Maar nu jij het merkt en een god jou het verlangen oplegde.Zwijg en laat niet een ander in het paleis het bemerken, want ik, zo zal ik het zeggen, en zeker zal het gebeuren: als door mijn handen een god de fiere vrijers doodt. Zal ik zelfs jou niet sparen, hoewel u mijn voedster bent, wanneer ik de andere slavinnen in mijn huis doodt." Eurykleia sprak op haar beurt zeer verstandig tegen hem: "Mijn kind, wat voor woord ontsnapte je aan de haag van je tanden. Jij weet, zoals mijn wilskracht standvastig en onverzettelijk is en ik zal zijn als een harde steen of als ijzer. Maar ik zal jou iets anders zeggen, stop het in uw geest.Als een god door jouw handen de fiere vrijers doodt, dan zal ik jou voor de vrouwen in huis opnoemen, die u minachten en zij die onschuldig zijn."
En de vindingrijke Odysseus sprak tot haar, terwijl hij antwoorde: "Moedertje, waarom zeg jij deze woorden? Maar het is niet nodig voor jou dit te meedelen. Goed nu en ik zelf zal waarnemen en ik zal ieder van hen kennen weten. Maar houd je verhaal geheim, laat het over aan de goden."