Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 5 Ilias 4C: Het gesprek vóór het gevecht

Toen zij dus dichtbij elkaar waren, al gaande, toen sprak de grote fonkelhelmige Hektor als eerste tegen hem: Ik zal niet meer voor jou vluchten zoon van Peleus, precies zoals ik daarvoor 3x rond de grote stad van Priamus vluchtte, en nooit waagde ik het jou komst af te wachten. Nu echter spoorde mijn hart mij aan om stand te houden tegenover jou; misschien zal ik jou te pakken krijgen of gepakt worden. Maar vooruit, laten we de goden hier tot getuigen roepen, want zij zullen namelijk de beste getuigen zijn en de bewakers van het akkoord, want ik zal jouw niet vreselijk verminken, wanneer Zeus mij de overwinning geeft, en ik jouw geest zal nemen. Maar wanneer ik jou van je beroemde wapenuitrusting zal beroofd hebben, Achilles, zal ik jouw lijk weer aan de Achaiers geven: zo moet jij dat ook doen. Toen zei de snelvoetige Achilles met norse blik tegen hem: Hektor, vervloekte, spreek mij niet van afspraken zoals er tussen leeuwen en mensen geem beproefde overeenkomsten zijn. Ook wolven en schapen hebben geen eensgenzind hart, maar elkaar voortdurend slecht gezind zijn. Zo is het voor jou en mij niet mogelijk om vrienden te zijn en er zullen ook geenszins verdragen tussen ons beide zijn, voordat ofwel een sneuvelend Ares verzadigd heeft met bloed. Ares, de schilddragende krijger. Denk aan alle moed die je bezit: nu moet je een lansvechter zijn en een stoutmoedige strijder. Er is voor jou geen ontsnappen meer aan, Pallas Athena zal jou meteen doden met mijn speer: nu zal jij boeten voor al het leed bijelkaar,
van mijn makkers, die je hebt gedood door te razen met je speer.