Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 5 Ilias 4A: De achtervolging rondom de stad

Snelle Achilles zat Hektor achterna, terwijl hij hem onophoudelijk voor zich uit joeg. Zoals wanneer een hond een hertenjong in de bergen achterna zit, uit zijn slaapplaats opdrijvend, dwars door ravijnen en dalen heen, ook als hij verborgen blijft, door weg te duiken in het struikgewas, dan toch snelt hij hem speurend achterna tot hij hem vindt. Zo bleef Hektor niet verborgen voor de snelvoetige zoon van Peleus Maar telkens wanneer Hektor recht op de poorten van Troje probeert af te snellen, tot onder de goed gebouwde muren, in de hoop dat ze misschien van bovenaf hem met pijlen zouden beschermen zo vaak deed Achilles hem omkeren omdat hij hem voor was, de pas afsnijdend, weer richting de vlakte; Achilles rent steeds aan de kant van de stad. Zoals je in een droom iemand die vlucht niet kan inhalen, waarbij noch de een de ander kan ontlopen, noch de een de ander kan inhalen. Zo kon hij hem niet met zijn voeten te pakken krijgen en de ander kon hem niet ontlopen. Hoe zou Hektor de doodsgodinnen hebben kunnen ontkomen als Apollo hem niet voor de allerlaatste keer tegemoet kwam van dichtbij, die bij hem strijdlust en snelle knieƫn opwekte? De stralende Achilles verbood het zijn mannen met een hoofdknik, en stond niet toe bittere pijlen op Hektor te werpen, omdat niet iemand anders de roem zal verwerven door hem te raken, en als hij als tweede zou komen. Maar toen zij dus voor de vierde keer bij de bronnen aankwamen, ja toen dan hield vader (Zeus) de gouden weegschaal omhoog daarop plaatste hij twee doodslotten van de zeer smartelijke dood. Een van Achilles, een van de paardentemmende Hektor, hij woog terwijl hij hem in het midden pakte, de dag van het noodlot van Hektor ging omlaag, hij ging opweg naar het huis van Hades.