Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 2 Aisopos 3C: De raaf en de vos

Nadat een raaf vlees had geroofd, ging hij in een boom zitten. Nadat een vos hem had gezien en het vlees te pakken wilde krijgen, keurde zij hem (de raaf) al staande goed als was hij gewichtig en mooi, zeggende dat het voor hem het meest zou passen koning te zijn van de vogels, en als hij een stem zou hebben, dan zou dat zeker gebeurd zijn. Willende om haar te bewijzen dat hij een stem had, kraste hij luid, nadat hij het vlees had laten vallen. Nadat zij er naartoe was gerend en het vlees had gepakt, zei ze; "O raaf, als je verstand zou hebben, dan zou je nog niet alles gehad hebben om over ieder te heersen." Deze fabel is van toepassing op een domme man.