Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 3

Hoofdstuk 1 Nieuwe Testament 1B: De geboorte van Jezus

En ook Jozef ging vanaf Galilaia vanuit de stad Nazareth naar Judea naar de stad van David, die Bethlehem wordt genoemd, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was, om zich in te schrijven samen met Maria die met hem verloofd was, en die zwanger was. En terwijl zij daar verbleven, brak de tijd aan dat zij moeder zou worden, en ze bracht haar eerstgeboren zoon voort; en ze wikkelde hem in doeken en legde hem in een kribbe omdat er geen plaats voor hen was in de herberg. En er waren herders die in datzelfde gebied overnachtten en die 's nachts de wacht hielden over hun kudde. En een engel van God verscheen hun en de glorie van de Heer omstraalde hen en ze werden zeer bang. En de engel zei tegen hen: "Wees niet bang; want kijk, ik kom jullie een grote vreugde brengen, die voor heel het volk zal zijn, omdat jullie vandaag de redder is geboren, die de Here Christus is, in de stad van David. En dit is voor jullie het teken: jullie zullen een baby vinden die in doeken gewikkeld is en in een kribbe ligt." En plotseling verscheen/ontstond samen met de engel een hemelse legerschare die de Here prees en zei: "Eer zij God in de hoge hemel en vrede zij op aarde voor mensen van goede wil." En het gebeurde dat, toen de engelen van hen weggingen naar de hemel, de herders tegen elkaar zeiden: "Laten wij naar Bethlehem gaan en laten wij gaan kijken naar wat er gebeurd is, wat de Heer ons bekend heeft gemaakt." En ze gingen haastig (zich haastend) op weg en vonden Maria en Jozef en de baby, liggend in de kribbe; en toen ze dat gezien hadden, maakten ze bekend over het woord dat hun over dat kindje gezegd was. En allen die dit gehoord hadden verbaasden zich over de dingen die door de herders tegen hen gezegd waren; en Maria bewaarde al die woorden en overwoog ze in haar hart. En de herders keerden terug en verheerlijkten en prezen God om alles wat ze hadden gehoord en gezien, zoals tegen hen werd gezegd.