Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 2

Hoofdstuk 31, tekst C: De drie geslachten

Onze natuur was lang geleden niet dezelfde als nu, maar anders. Er waren immers drie geslachten van mensen, niet zoals nu twee, mannelijk en vrouwelijk, maar daarbij was ook een derde, gemeenschappelijk aanverwant met die beide, welk man-vrouwelijk werd genoemd. Van ieder mens was de vorm rond, hebbend/met de rug en de zijden in een cirkel, met vier armen, en met evenveel benen als armen, en met twee gezichten, in elk opzicht gelijk. En de mensen verplaatsten zich rechtop en als ze zich snel wilden verplaatsen, (dan) duikelden zij rond/in een cirkel. Zij nu waren geducht door hun kracht en hadden een grote trots, zodat zij probeerden de goden aan te vallen. Zeus nu en de andere goden verkeerden, toen zij de mensen overmoedig zagen handelen, zeer in onzekerheid. Vervolgens zei de vader van de goden: "Het is nodig dat wij/ wij moeten iets doen opdat wij de mensen doen ophouden met hun overmoedig gedrag. 1k denk dat ik een slim middel heb: want wanneer ik elke mens doorsnij(d), dan zullen zij zwakker zijn, en zullen zij genoodzaakt zijn zich rechtop, op twee benen, te verplaatsen. Maar als zij zich niet rustig willen gedragen, (dan) zal ik hen opnieuw in tweeėn snijden en zo dwingen zich op één been al hinkend te verplaatsen. En omdat Zeus de mensen in tweeėn heeft gesneden, vormt nu ieder mens niet een volledig geslacht, maar de (weder)helft van een mens. leder zoekt altijd zijn (of haar) wederhelft en verlangt daarnaar, hetzij de helft van een man, hetzij die van een vrouw, hetzij die van een gemeenschappelijk geslacht. Het woord nu voor het verlangen naar het volledige geslacht is Eros'.