Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com
Latijn en Grieks.com

Pallas > Druk 1: boek 2

Hoofdstuk 28, tekst A: De list van Themistokles

Themistokles zond onopgemerkt door de andere aanvoerders een man naar het legerkamp van de Perzen, na hem bevolen te hebben wat hij moest zeggen; deze man was de huisslaaf en begeleider van de kinderen van Themistokles. Toen deze met zijn schip was aangekomen, zei hij tegen de aanvoerders van de Perzen het volgdende: "De aanvoerder van de Atheners heeft onopgemerkt door de andere aanvoerders mij gezonden: hij is toevallig op de hand van de koning en wil liever dat jullie winnen dan de Grieken. Nu verschaft hij jullie / maakt het jullie mogelijk een schitterende daad te verrichten: jullie moeten namelijk verhinderen dat de Grieken wegvluchten." Deze woorden geloofden de Perzen onmiddelijk.
Toen het middernacht was, bezetten de Perzen [onopgemerkt door de Grieken] de gehele zeestraat met hun schepen, zodat het voor de Grieken niet mogelijk was weg te vluchten. Toen kwam van het eiland Aigina de Athener Aristeides, die verbannen was door het volk, naar de Atheners toe. En hij riep Themistokles uit de vergadering naar buiten, [hoewel deze] [die toevallig] hem vijandig gezind was. Toen Themistokles naar buiten was gekomen, zei Aristeides: "Het is nu niet het juiste moment voor ons om ruzie te hebben: het is immers nodig om ons te bekommeren om de redding van ons vaderland. Omdat ik nu ooggetuige ben geweest, zeg ik jou het volgende: wij zijn niet meer in staat uit te varen; want de Perzen sluiten ons in met hun schepen. Kom, na naar binnengegaan te zijn/ga naar binnen en vertel hun dat." En Themistokles antwoordde: "Jouw bericht is [toevallig] zeer bruikbaar en goed; want weet dat de Perzen dat doen door toedoen van mij. Want het was nodig dat de Grieken, omdat ze niet vrijwillig wilden strijden, tegen hun zin in strijd geraakten. Ga zelf naar binnen en maak dit duidelijk: want ķk geef hun niet de indruk de waarheid te spreken."